Auteursarchief: Walter van Peijpe

Hé jongens, hoeveel willen we erbij hebben in de binnenstad?

“Hé jongens, hoeveel willen we erbij hebben in de binnenstad? 1500? 1000? Wie roept iets?”
“1500 openbare toiletten, is dat niet een beetje teveel van het goede?”
”Ha, ha, extra parkeerplaatsen bedoel ik, voor in ons verkiezingsprogramma.”
“Doe maar 1500, dan polderen we naar 1000 bij de coalitieonderhandelingen.”

En zo kwam één van de speerpunten van de Leidse VVD terecht onder punt 9 in het beleidsakkoord ‘Samen Leiden’ : 1000 extra parkeerplaatsen in ondergrondse parkeergarages in de binnenstad (Garenmarkt, Lammermarkt en Kaasmarkt) te beginnen op de Garenmarkt en de Lammermarkt.

De Garenmarkt

“Heb jij dat parkeeronderzoek van Spark al gelezen?”
“Dat uit 2010 bedoel je? Ja, dat valt wat tegen hé, we komen helemaal geen parkeerplaatsen tekort”
“Toch wel op zaterdag, hoop ik?” “Nee, zelfs op zaterdag nog zo’n 800 vrije plaatsen. Maar gelukkig wel van slechte kwaliteit”
“Mooi, dan kunnen we toch gaan bouwen, dan bouwen we kwaliteit, dan komen de mensen vanzelf”
“Denk je? Moeten we dat niet even laten onderzoeken? Twee van die dingen kosten toch al snel zo’n 100 miljoen. Dat geld kunnen we ook goed gebruiken voor de Ringweg Oost”

En zo kwam er in 2012 een tweede onderzoek van Spark dat antwoord moest geven op de vraag: …..Kan worden onderbouwd dat de realisatie van 2 nieuwe parkeergarages (ca. 1.000 parkeerplaatsen) zal leiden tot meer bezoekers en daarmee een hogere parkeervraag in de Leidse binnenstad.’

“Dat valt niet tegen toch? Het kan, er komen meer mensen!”
“Ja. ja, maar wel veel minder dan ik had gehoopt. En ik zit een beetje in mijn maag met die randvoorwaarden.”
“Randvoorwaarden?”
“Ja, we moeten eigenlijk wel ruim 600 parkeerplaatsen op straat opheffen van Spark, dat verhoogt de kwaliteit van de openbare ruimte. Ze zeggen dat dat heel belangrijk is, daar komen de mensen ook op af”
“Ja doei, dat staat niet in het beleidsakkoord, we willen er 1000 extra bij, we gaan geen parkeerplaatsen opheffen!”

En dus werd op 31 mei 2012 het Kaderbesluit Parkeergarages Garenmarkt en Lammermarkt in de gemeenteraad behandeld en vastgesteld. Wat Q-park en andere ontwikkelaars, vanwege de risico’s en de vele onzekerheden niet aandurfden, gaat Leiden nu zelf doen: twee ondergrondse parkeergarages bouwen en deze zelf exploiteren. Kosten: ruim € 100 miljoen.

GroenLinks vindt dit een te grote, te risicovolle en onnodige uitgave. De kans is aanzienlijk dat de twee garages zullen zorgen voor een structureel miljoenenverlies op de parkeerexploitatie. Het noodzakelijke opheffen van 600 straatparkeerplaatsen op plekken waar dat de openbare ruimte ten goede zou komen, zoals de op de Garenmarkt, de Steenschuur, het Rapenburg, het Gangetje, de Korevaarstraat, de Nieuwe Beestenmarkt, de Oude Singel en de Oude vest, zal met name financieel niet mogelijk zijn en gaat bovendien in tegen het beleidsakkoord tussen VVD, CDA, SP en D66.

De ROC-Lammenschans garage

“Wat doen we met het parkeerterrein op de Haagweg? Dat loopt goed en die busjes werken prima”
“Opheffen, jongen, opheffen, dat is al besloten. Die kunnen we er niet bij hebben, dan staan onze garages zo meteen leeg. Bovendien wil ik daar mooie huizen bouwen met een voor- en een achtertuin.”

En zo werd een onderdeel van punt 9 uit het beleidsakkoord van tafel geveegd: …..In het kader van duurzame mobiliteit worden de plannen voor een Duurzaam Mobiliteits- Centrum (DMC) op het Haagwegterrein actief ondersteund.”

 GroenLinks vindt dat het Haagwegterrein open moet blijven en uitgebreid kan worden naar een nog beter Duurzaam Mobiliteits Centrum [DMC]. Het DMC is nu al een uniek concept in Nederland. De transferbusjes op aardgas zijn van grote waarde voor Leidse musea, restaurants en congreslocaties. Oplaadpunten voor elektrisch vervoer, een vulstation voor aardgasvoertuigen, verhuur van deeltijdauto’s voor binnenstadbewoners, verhuur van steps, fietsen en elektrische auto’s en toeristische informatie, maken van het DMC meer dan zomaar een parkeerterrein. Het is het beste beginpunt van een bezoek aan Leiden.

Naast het DMC is er nog een prima alternatief voor de twee dure ondergrondse garages. Aan de zuidkant van Leiden kan de bestaande parkeergarage onder het ROC-Lammenschans met 450 parkeerplaatsen prima benut worden. Net buiten het centrum dus goed bereikbaar voor bezoekers uit bijvoorbeeld Voorschoten, Den Haag, Zoetermeer en Zoeterwoude. Gelegen naast het OV-knooppunt Leiden-Lammenschans, met in de toekomst elk kwartier een trein uit Alphen en Utrecht en om de 5 minuten een snelle busverbinding naar het centrum. Ook transferbusjes zijn binnen een paar minuten bij de kop van de Breestraat. Deze parkeergarage staat nu vrijwel altijd leeg dus de eigenaar zal ongetwijfeld mee willen werken aan het opwaarderen hiervan naar een tweede DMC.

De ROC-Lammenschans garage

Het is duidelijk: het bouwen van de twee ondergrondse parkeergarages op de Garenmarkt en Lammermarkt is geen goed gefundeerde keuze maar een arbitraire, politieke keuze. Een hele dure en riskante, politieke keuze. Ondanks betere en goedkopere alternatieven gaat het college door met de voorbereidingen voor de bouw. GroenLinks zal het college blijven lastigvallen met argumenten die zullen aantonen dat het bouwen van deze twee garages geen goede oplossing is voor het Leidse parkeerprobleem.

“Ergens hebben ze natuurlijk wel gelijk. GroenLinks bedoel ik dan. Het kan ook anders, beter en voor minder geld.”
“Misschien wel ja, maar dat mag je nooit, maar dan ook nooit meer hardop zeggen, jongen, nooit meer!”

 

In Holland Rijnland staat een leeg kantoor.

12-04-2012 In april 2010 was één van mijn eerste vergaderingen als ‘nieuw’ raadslid voor GroenLinks, een ‘benen op tafel bijeenkomst’ over ‘Focus 2014’, de strategische agenda van Holland Rijnland. Ik was behoorlijk nerveus toen ik opmerkte dat ik de 415.000 m2 aan geplande nieuwe kantoorruimte in de regio wat aan de hoge kant vond. Mijn zorg werd weliswaar serieus genomen, maar helaas nog door weinigen gedeeld.

Nu, twee jaar later, wordt de ’Regionale kantorenstrategie Holland Rijnland’ in de verschillende gemeenteraden in de regio besproken. Iedereen is het over één ding eens: Holland Rijnland heeft te maken met problematische, structurele leegstand van kantoren. Zonder ingrijpen zal de leegstand de komende jaren toenemen van de huidige 11% naar 25% in 2015, terwijl een zogenaamde frictieleegstand van 5-8% acceptabel is. De nieuwe kantorenstrategie zal dus met een heel goed antwoord moeten komen op de vraag hoe de kantorenmarkt in de regio weer gezond kan worden.

De oplossingen die in de kantorenstrategie worden genoemd zijn niet opzienbarend: planreductie, renovatie en transformatie. Dit zijn de veelgebruikte en inderdaad noodzakelijke instrumenten. Maar de vraag is natuurlijk: hoe reduceer, renoveer en transformeer je? Wie gaat dat doen en wie betaalt dat? Welke harde afspraken worden gemaakt en welke ‘offers’ worden gebracht om binnen de regio werkelijk effectief te zijn in de bestrijding van kantorenleegstand?

Terecht constateert de ‘Regionale kantorenstrategie Holland Rijnland’ dat renovatie en transformatie ingewikkelde processen zijn waarbij de overheid slechts een beperkte rol kan spelen. De eigenaar van een leegstaand kantoor moet immers wel bereid zijn om zijn pand te renoveren, te transformeren en af te boeken op de waarde van zijn bezit. In de kantorenstrategie wordt afgesproken dat gemeenten eigenaren zullen helpen door soepeler met procedures en bouw- en regelgeving om te gaan. Verder zullen verouderde kantoorlocaties binnen twee jaar in kaart gebracht worden. Ook wordt er een ‘ambtelijke projectgroep Transformatie’ ingesteld die concrete herbestemmingsinitiatieven gaat bespreken en hierbij zal helpen als dat nodig is.

Het is overduidelijk dat renovatie en transformatie van verouderde kantoren niet genoeg zal zijn om het leegstandspercentage in Holland Rijnland terug te brengen naar de gewenste 5-8%. Planreductie is absoluut noodzakelijk. In de kantorenstrategie wordt daarom onderscheid gemaakt tussen de ‘lokale’ en de ‘regionale’ vraag. De regionale vraag wordt alleen nog maar gefaciliteerd op aangewezen, duurzame, kantorenlocaties, zoals bijvoorbeeld het stationsgebied in Leiden en het Bio Science Park. Daarnaast komt er een voorverhuureis van minimaal 70% bij nieuwe ontwikkelingen en wordt de SER-ladder toegepast. Dit betekent dat nieuwbouw alleen wordt toegestaan als is aangetoond dat binnen de bestaande voorraad geen geschikte huisvesting mogelijk is. Er is besloten geen quotum voor nieuw kantooroppervlak vast te stellen.

Hoewel het natuurlijk goed is dat de ”Regionale kantorenstrategie Holland Rijnland’ er is en er zeker zinvolle voorstellen in staan, zijn er toch behoorlijk wat kanttekeningen bij te plaatsen. Het lijkt een beetje alsof de bestrijding van kantorenleegstand in de regio gezien wordt als een noodzakelijk kwaad waaraan alle gemeenten zich toch proberen te onttrekken om hun lokale economie te beschermen.

Bij het schrijven van de kantorenstrategie zijn de bestaande plannen voor kantoorontwikkelingen in de regio in beeld gebracht. Voor reguliere kantorenlocaties staat nu maar liefst 280.600 m2 gepland. Daar komen nog kantoren op themalocaties, zoals het Bio Science Park bij [totaal 352.000m2 inclusief laboratoria] Het is dus duidelijk dat er geschrapt zal moeten worden in de plannen maar of de gemeenten dit daadwerkelijk zullen doen is maar helemaal de vraag. Vaak zijn de plannen al als positief resultaat opgenomen in de grondexploitatie en schrappen kost de gemeenten dus veel geld.

Een voorbeeld is de W4 locatie langs de A4 in Zoeterwoude en Leiderdorp met een plancapaciteit van 87.500m2. Een bizarre ontwikkeling waarin absoluut geschrapt zou moeten worden. Dit zou echter het failliet van Leiderdorp en Zoeterwoude betekenen. Dus is de W4 locatie aangewezen als regionale, duurzame ontwikkellocatie. Een duidelijk politieke keuze maar wel één die de kantorenleegstand in de regio negatief zal beïnvloeden. Als deze locatie ooit vol komt, wat valt te betwijfelen, dan betekent dat ook dat een groot gedeelte van deze 87.500m2 ergens anders in de regio leegkomt en getransformeerd zal moeten worden. Een vrijwel onmogelijke opgave.

Dit voorbeeld toont aan dat lokale en regionale belangen niet altijd goed samengaan. Dit wordt ook duidelijk in het onderscheid dat in de kantorenstrategie gemaakt wordt tussen de lokale en regionale vraag naar kantoren. Tot 2500 m2 wordt een kantoorlocatie bestempeld als lokaal. Gemeenten mogen deze vraag dus gewoon op eigen grondgebied blijven faciliteren. Ook geldt de voorverhuureis van 70% niet voor de lokale vraag. Dit is onbegrijpelijk. In een kantoorpand van 2500 m2 kunnen ongeveer 100 mensen werken. Het is niet vol te houden dat zo’n kantoor een lokale functie heeft, zoals bijvoorbeeld een makelaars- of notariskantoor. Het grootste gedeelte van de leegstaande kantoren in de regio is kleiner dan 2500 m2 en juist hier is dus een effectieve regionale aanpak nodig waarin de lokale economie van ondergeschikt belang zou moeten zijn.

Omdat er geen quotum op nieuwe kantoorlocaties is en er nog veel kantoren in de regio gepland staan zal de herbestemmingsopgave in de komende jaren enorm zijn. Dit is een buitengewoon lastige opgave die door de regio niet onderschat moet worden. Leiden heeft een eigen, lokale kantorenstrategie opgesteld, die binnenkort wordt vastgesteld. Het zou verstandig zij als  andere gemeenten in Holland Rijnland dit ook zouden doen.

Namens GroenLinks heb ik drie amendementen ingediend bij de behandeling van de ‘Regionale kantorenstrategie Holland Rijnland’ in de Leidse gemeenteraad. Het eerste amendement bepleit een ‘kantorenloods’ voor Holland Rijnland aan te stellen, die actief vastgoedeigenaren stimuleert en faciliteert bij het omzetten van hun leegstaande kantoorpanden naar andere functies. Het tweede amendement bepleit om in één jaar in plaats van in twee jaar, verouderde kantoorlocaties in kaart te brengen. Het derde amendement bepleit de vastgoedvraag als lokaal te bestempelen als het bruto vloeroppervlak minder dan 1000 m2 bedraagt en de vastgoedvraag naar kantoren als regionaal te bestempelen als het bruto vloer oppervlak meer dan 1000 m2. De amendementen, meeondertekend door D66, zijn alle drie in de raadsvergadering van 05-04-2012 aangenomen en worden als Leids standpunt meegenomen in de vergadering van het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland, bij de definitieve vaststelling van de kantorenstrategie Holland Rijnland. Het is te hopen dat deze drie verbeteringen hierin overgenomen worden.

De strijd tegen kantorenleegstand zal met veel inzet, doorzettingsvermogen, creativiteit, flexibiliteit, ambtelijke capaciteit en regionale solidariteit gevoerd moeten worden. Ik zal  namens GroenLinks Leiden deze strijd kritisch blijven volgen.

Een goed gebouw is niet goed genoeg

Het ontwerp en de werkelijkheid

In 2011 is de nieuwbouw van het ROC/Da Vinci College aan de Lammenschans opgeleverd. Inmiddels is het, door Thomas Rau ontworpen gebouw in gebruik genomen. Vanavond wordt in de gemeenteraad de projectovereenkomst met het ROC definitief afgerond door het beschikbaar stellen van een laatste krediet van € 1.670.000.=. Dit zijn meerkosten voor de gemeente, die voornamelijk het gevolg zijn van het niet doorgaan van de RGL en van het voornemen van het college om onder de Garenmarkt een parkeergarage te bouwen.

De gemeenteraad kan weinig anders doen dan akkoord gaan met dit aanvullend krediet. Iedereen is het er over eens dat dit de laatste keer is dat een bouwproject op een dergelijke manier wordt uitgevoerd. Het heeft de gemeente te veel geld gekost.

Maar ja, “dan heb je ook wat”, zou je zeggen. En inderdaad, het ROC/Da Vinci College is spraakmakende nieuwbouw van hoge kwaliteit en een architectonische aanwinst voor Leiden. Maar alleen een goed gebouw  is niet goed genoeg. Een goed gebouw staat in een omgeving van even hoge kwaliteit. Het is de openbare ruimte, die bepaalt of een goed gebouw ook daadwerkelijk een onderdeel gaat uitmaken van de stad.

En helaas, het nieuwe ROC/Da Vinci College doet dat niet. De Ford-garage aan de Lammenschansweg sluit de openbare ruimte af van de stad en de helft van het voorplein wordt in beslag genomen door een permanente fietsenstalling. De inrichting van de openbare ruimte die resteert is van inferieure kwaliteit.

Dit is de tragische conclusie die getrokken moet worden bij het afsluiten van dit project. Het is jammer om te moeten constateren, maar behalve nieuwe huisvesting voor twee scholen en een goed gebouw levert het ROC/Da Vinci College vooralsnog geen enkele bijdrage aan verbetering van de stedelijke kwaliteit van het gebied.

Het keukenkastje van de beheerder van de P-garage onder het ROC.

Praesedium Libertatis: wat u niet mocht zien van de universiteit. #IloveVDK

Merijn Tinga

Walter van Peijpe

Maurice Braspenning

Walter van Peijpe

Patrick Colly

Walter van Peijpe

Merijn Tinga

Merijn Tinga

Patrick Colly

Maurice Braspenning

Walter van Peijpe

Donderdagnacht 29-03-2012 zijn deze 11 kunstposters aangebracht op de dichtgetimmerde ramen van de Van der Klaauwtoren aan de Kaiserstraat in Leiden, uit protest tegen de voorgenomen sloop van de toren door de Universiteit Leiden. Op vrijdagochtend 30-03 zijn de posters in opdracht van de Universiteit verwijderd.

Een verslag van de protestactie is hier terug te zien.

Mooie woorden over de toren

Mooie woorden over de toren

Ik ben graag bereid een dergelijke petitie te tekenen. Daarbij de volgende overwegingen; Van der Klaauw was een prominent Leids hoogleraar; hij is tevens bouwheer van de Toren. Er is indertijd toestemming van de familie gekregen het lab naar hun vader te vernoemen’. De oudste zoon, voormalig minister van Buitenlandse zaken heeft het naambord onthuld. Ik hoor tot de laatste generatie van studenten van Van der Klaauw. Na mijn emeritaat heb ik een evaluatie van zijn werk geschreven (Acta Biotheor. (2007) waaruit blijkt dat 30 jaar na zijn overlijden zijn werk nog steeds internationale belangstelling trekt; m.a.w. ook hij draagt nog steeds bij aan het aanzien van de Leidse Universiteit. Het zou derhalve Leiden sieren als deze toren, vernoemd naar deze prominente hoogleraar met behoud van zijn naam voor de slopershamer gespaard zou worden.

Prof Dr J,L. Dubbeldam, em. hoogleraar ethologische morfologie aan de Universiteit Leiden

Een eeuwenoude universiteit als die van Leiden, ‘bolwerk van de vrijheid’ – met als kernwaarde ‘verantwoordelijkheid jegens de samenleving’, kan straks toch niet met droge ogen aan een nieuwe generatie studenten uitleggen dat dit markante historische gebouw gesloopt is, tegen de wil van de stad terwijl er een goed verhaal voor herbestemming op tafel lag. Ik roep het College van Bestuur dan ook op om in vrijheid van geest het genomen besluit opnieuw op tafel te brengen en kritisch te bekijken. De omstandigheden zijn veranderd. De wetenschap moet zich ongebonden ontwikkelen, maar de spelregels van ruimtelijke ordening worden niet langer bepaald door vrijuit slopen en ontwikkelen. Zo mogelijk herbestemmen, slopen wat moet en terughoudend met nieuwbouw. Wat mij betreft moet je zo’n vreemd gebouw laten staan; een mooi teken van ‘verantwoordelijk leiderschap’, de oudste universiteit van Nederland waardig. Ik wens het College van Bestuur veel wijsheid om te doen wat goed is voor de toekomst met respect voor het verleden.

Gerben van Dijk, programmamanager SBR, bestaande bouw, deskundige leegstand en herbestemming vastgoed

Het zou fantastisch zijn als er toch een manier te verzinnen is om de Van der Klaauwtoren te behouden. Het is de inspanning meer dan waard. Het is een mooi stoer, ‘one of its kind’ mysterieus gebouw. Een gebouw dat de spannende historische gelaagdheid van de ontwikkeling van de universiteit en de stad laat zien. In combinatie met de schitterend gerestaureerde Sterrenwacht, Academiegebouw en Oude UB en de prachtige Hortus Botanicus hebben we hier in Leiden de mooiste academische wijk van Nederland en één van de mooiste in Europa! De Van der Klaauwtoren hoort hier als eigentijds monument in thuis. In combinatie met een aan te leggen Singelpark van internationaal niveau als verbindende schakel hebben we de kans om de concurrentiepositie van Leiden, en die van de universiteit, een enorme boost te geven.

Jeroen Maters, coördinator Team Singelpark Stadslab Leiden