Auteursarchief: leidseruimte

duurzaam niet bouwen

herbestemd gebouw, kauwgomballenfabriek Amsterdam door LINGOTTO

In bijgevoegd artikel schetst Lingotto [een ontwikkelaar] een beeld van hoe herstructureren van bestaande leegstaande gebouwen een zetje kan worden gegeven. Interessant en leuke projecten ook! Meest interessant is echter de invalshoek dat het meest duurzame wat je zou kunnen doen het behouden van bestaande gebouwen is. Je kunt nog zo’n duurzaam gebouw neerzetten, het behouden van wat er is en het denken/aanpassen vanuit het bestaande, zal altijd duurzamer zijn. Dat dat ook niet perse duurder hoeft te zijn is ook een vooroordeel wat langzaam aan het verdwijnen is. Een goed referentie-artikel daarvoor is het tweede artikel/werkboek geschreven door INBO ism DTZ Zadelhoff en DEERNS waarin een aantal praktijkvoorbeelden genoemd staan.

bijdrage door Patrick Colly

11-04-28 – Grondzaken in de Praktijk, artikel Lingotto Herstructurering kantoren als opgave

20101011-DuurzameKans_werkboek

LEEG 9

leeg 9: Winkelpand Breestraat

leeg 1, leeg 2, leeg 3, leeg 4, leeg 5, leeg 6, leeg 7, leeg 8

Bestemmingsloos bouwen

Een probleem dat om de hoek komt kijken bij de transformatie van kantoorruimte is de toegewezen functie die het gebouw in het bestemmingsplan heeft meegekregen. De bestemming wijzigen is mogelijk, maar complex. Gebouwen zijn meestal volledig gespitst op het vervullen van die bepaalde functie, waardoor ook de praktische aanpassingen aan het gebouw bij bijvoorbeeld een transformatie van bedrijfsruimte naar woonruimte kostbaar zijn en er niet geluids- en veiligheidsnormen voldaan kan worden. Door nu nieuw te bouwen complexen bestemmingsloos op te leveren kunnen deze problemen in de toekomst voorkomen worden.

Over enkele weken zal woningcorporatie Stadgenoot Solids 1 & 2 in Amsterdam online gaan veilen. Een ‘Solid’ is een bijzonder gebouwconcept dat door de bestemmingsloosheid voor de gebruikers veel vrijheid geeft. Huurders kunnen er gaan wonen, gaan werken of een winkel beginnen.

Een Solid is een duurzaam, functieneutraal gebouw met vrij indeelbare ruimtes om te wonen en te werken. Voor de volledige filosofie achter de ‘Solids’  zie het stuk  “Met andere ogen” van de hand van bedenker Frank Bijdendijk. De ruimtes worden op cascobasis geveild en dus niet aangeboden via het ‘normale’ woonruimteverdeelsysteem.
Huurders wordt maximale keuzevrijheid in een duurzaam gebouw geboden: keuze voor grootte van de gehuurde ruimte, keuze in indeling, keuze voor de prijs die men betalen wil (via internetveiling) en gebruik (wonen, werken, mix hiervan). Voor de volkshuisvesting betekent dit een totaal nieuw concept met maximale keuzevrijheid en flexibiliteit in een bestemmingsloos gebouw.

Solids zijn gebouwd voor de toekomst; de indeling van de ruimte en het gebruik ervan kan gewijzigd worden, terwijl het casco de komende eeuwen kan blijven staan.

Prescillia van Noort

Afstemming vraag en aanbod kantoorruimte

“Veel minder behoefte aan kantoorruimte” kopt de Volkskrant vandaag, naar aanleiding van de publicatie van een rapport van een onderzoekscommissie onder leiding van projectontwikkelaar Rudy Stroink. Een van de gevolgen hiervan is dat de leegstand in gemeentes de aankomende jaren alleen maar toe zou nemen. Omdat, legt Stroink uit, “door thuiswerken en toenemende flexibiliteit is de gemiddelde werkplek de afgelopen jaren […] gekrompen van 25 tot 18 vierkante meter.”

GroenLinks-wethouder in Amsterdam Maarten van Poelgeest spreekt in een interview met de NOS begin dit jaar zijn zorgen uit, rekening houdend met eenzelfde ontwikkeling als Stroink voorspelt; dalende vraag naar werkruimte. Ook beschouwt hij onaantrekkelijke “stukken waar in de jaren ’80 hele eenzijdige kantoorwijkjes zijn neergezet” als een lastig probleem dat het tegenwerken van leegstand niet vergemakkelijkt. Hij zegt dat “een groot deel van de kantorenvoorraad nooit meer kantoor gaat worden”.

Ook de VNG heeft zich verdiept in het “overaanbod” van lege kantoren, wat volgens de organisatie in 25% van de Nederlandse gemeentes een probleem is. Dit overaanbod is van een dusdanige schaal, dat de VNG voorstelt om een SER-ladder in te voeren, waardoor er niet steeds nieuwe panden kunnen worden gebouwd, maar eerst bestaande gebouwen moeten worden gebruikt.

Vreemd genoeg hebben andere partijen op de markt totaal andere verwachtingen van de toekomst. Uit een rapport van Eric Steinmaier, sector bankier Construction and Real Estate bij ABN Amro, haalt een website voor architecten voornamelijk nieuwe positieve kansen op het gebied van duurzaamheid en, helemaal in tegenspraak met het rapport van Stroink en wethouder van Poelgeest, flexibiliteit.

Maar de meest optimistische partij is de makelaarsvereniging NVM. Zij maken hun berekeningen op een andere manier dan de commissie Stroink, met de nadruk op de algemene economische conjunctuur in tegen stelling tot de specifieke vraag om werkruimte, en doen positieve voorspellingen, die laten zien dat de vraag naar kantoorruimte zal stijgen.

Het lijkt alsof de verschillende partijen op de markt nog onvoldoende samenwerken; ze spreken elkaar tegen en hebben totaal verschillende visies. Een belangrijk deel van het oplossen van de leegstand is dan ook, zoals de VNG het verwoord: “een betere afstemming van vraag en aanbod.”

Spontane stadsinrichting

collage Walter van Peijpe

 

De openbare ruimte

Begin maart maakte het college bekend iets te willen doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Hiervoor is de ’ontwerp-kadernota kwaliteit openbare ruimte 2025’ opgesteld. Deze nota stelt voor de komende 15 jaar de uitgangspunten vast voor de ontwikkeling, inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het college wil meer rust en samenhang, die moet ontstaan door duurzaamheid en standaardisatie bij de stadsinrichting

Deze keuze voor duurzaamheid en standaardisatie is niet verrassend. De nota bouwt voort op de oplossingen en materialen die zich in Leiden al bewezen hebben. Het past dus goed bij de uitgangspunten van het programma Binnenstad, waarin een strategie van conserveren de kwaliteit van de historische binnenstad moet vergroten. Daar is op zich niets mis mee en veel mensen zullen rust en samenhang in de openbare ruimte wel waarderen.

Het openbare leven

Maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. De openbare ruimte is meer dan nette bankjes, rustieke lantaarns en mooie klinkers. In de openbare ruimte speelt zich immers het openbare leven af dat van dag tot dag en van plek tot plek verschillend is. Zelfs een historische binnenstad verandert met de tijd en de manier waarop mensen de stad beleven en gebruiken zal over een paar jaar anders zijn dan nu. Een stad leeft en dus zal ook de inrichting van de openbare ruimte mee moeten veranderen met actuele stedelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit vraagt om tijdelijkheid, uniciteit en flexibiliteit bij de stadsinrichting

De uitdaging

Deze twee inrichtingsprincipes, duurzaam/gestandaardiseerd tegenover tijdelijk/uniek, kunnen natuurlijk prima naast elkaar bestaan. Voor het eerste inrichtingsprincipe is de nota een geschikt toetsingskader. Het tweede inrichtingsprincipe is echter niet in een nota te vatten. Hiervoor is juist spontaniteit en creativiteit nodig. Dat is een mooie uitdaging voor de gemeente Leiden.

Misschien kunnen stadsgebruikers hierbij helpen door met inrichtingsvoorstellen te komen. Zij beleven immers de openbare ruimte het meest. Een goed bestaand voorbeeld hiervan is het Stadslab. Het is dan wel de taak van de gemeente om deze initiatieven de ruimte te geven, de goede plannen te selecteren en ze vervolgens snel uit te voeren.

Inspiratie

Op de site BXL100 staan prachtige voorbeelden van creatieve, unieke, virtuele transformaties van openbare ruimtes in Brussel. Wellicht kunnen deze voorbeelden het college inspireren en hen overhalen ook in Leiden ruimte te geven aan ‘spontane stadsinrichting’.

foto’s door BXL100

Oorspronkelijk gepost op site Walter van Peijpe