Auteursarchief: leidseruimte

Dan maar kwaadschiks!!!

Tevergeefs heeft ‘LeidseRuimte’ via bedrijfsmakelaardij Barnhoorn contact gezocht met de eigenaar van het leegstaande kantoorpand aan de Verbeekstraat 19-21. ‘Ons Kantoor’, een onderzoek naar de mogelijkheden van herontwikkeling van dit leegstaande kantoor, is helaas in een vroeg stadium op niets uitgelopen. Hier zijn we dus gestuit op één van de problemen die zich voordoen bij herontwikkeling van leegstaande kantoren: een ongeïnteresseerde eigenaar die niet de intentie heeft om ook maar iets te doen aan zijn leegstaande vastgoedportefeuille. Waarschijnlijk tevergeefs, blijft hij hopen op een nieuwe huurder en dus staat er aan de Verbeekstraat 6100 m² kostbare ‘LeidseRuimte’ leeg.

Helaas heeft ‘LeidseRuimte’ niet de bevoegdheden voor het bestrijden van leegstand, die de Leidse wethouder Bereikbaarheid, Financiën en Economie, Robert Strijk wel heeft. In dit geval zou hij namelijk een leegstandsverordening kunnen opstellen. Dat hoeft hij niet te doen voor de hele stad, zoals soms wel gedacht wordt. Dat zou een onwerkbare situatie opleveren. De ‘Wet kraken en leegstand’ geeft de wethouder echter de mogelijkheid een werkingsgebied voor de leegstandsverordening in de gemeenteraad te laten vaststellen, bijvoorbeeld voor de Verbeekstraat. De eigenaar van Verbeekstraat 19-21 is dan verplicht de leegstand van het gebouw te melden aan het college [als die leegstand langer duurt dan zes maanden]. Verbeekstraat 19-21 wordt hierna op een leegstandlijst geplaatst en de gemeente moet met de eigenaar overleggen over het gebruik van het gebouw. Weigert de eigenaar mee te werken dan kan het college een leegstandsbeschikking vaststellen. Het college kan hierna een gebruiker voordragen aan de eigenaar van Verbeekstraat 19-21, als het leegstaande kantoor in de leegstandbeschikking is aangewezen als geschikt voor gebruik. De eigenaar is dan verplicht de voorgedragen gebruiker binnen drie maanden na de voordracht, een overeenkomst aan te bieden tot ingebruikname van het gebouw.

In de commissievergadering Ruimte en Regio in februari heeft wethouder Strijk toegezegd om leegstand van kantoren in Leiden te gaan bestrijden. Als het goed is bestudeert op dit moment een Leidse leegstandsmanager de situatie op de Schipholweg, waar inderdaad een enorme hoeveelheid m2 kantoren leegstaat. Ook hij zal waarschijnlijk in eerste instantie, net als ‘LeidseRuimte,’ proberen in gesprek te komen met vastgoedeigenaren op de Schipholweg. De laagstandsverordening houdt Strijk nog even op zak. In september wordt het Leidse leegstandsbeleid in de commissievergadering geëvalueerd. ‘LeidseRuimte’ hoopt natuurlijk dat de leegstandsmanager met een succesverhaal komt en dat een aantal vastgoedeigenaren wil meewerken aan de herbestemming van hun verouderde kantoren. ‘LeidseRuimte’ denkt immers dat het beste resultaat te behalen is als eigenaar, nieuwe gebruikers, overheid en architecten op vrijwillige basis samenwerken aan de herbestemming. Komt de leegstandmanager echter met lege handen thuis dan vindt ‘LeidseRuimte’ dat de wethouder voor de Schipholweg een leegstandsverordening zou moeten opstellen. Een voorbeeldverordening kan hij zo  downloaden op de site van de VNG. Daar staat ook het dossier “HANDREIKING
Leegstand te lijf
” over lokaal leegstandsbeleid. O ja, en dan moet de wethouder ook maar meteen voor de Verbeekstraat een leegstandsverordening opstellen.

door: Walter van Peijpe

‘LeidsVerdichten’ / Botermarkt

‘case-study’, Botermarkt

Wat gebeurt er als we het bestemmingsplan en beeldkwaliteitplan even loslaten en op micronivo gaan kijken in een willekeurige straat? Verbetering  met 10% meer vloeroppervlak [overheidsbeleid] en 40-80% [genoemd als haalbaar in publicatie prachtig compact NL van rijksadviseurs] verdichten wordt onderzocht.


Verdichting Botermarkt

De serie ‘LeidsVerdichten’ gaat in op de problematiek van de huidige stedenbouw. Deze problematiek is drieledig.  Ten eerste is er de oproep van de rijksoverheid om binnen de bestaande stadsgrenzen te verdichten / intensiveren. Meer bouwen op minder grond. Bouwen blijft nodig ondanks gelijkstand danwel krimp in sommige gemeentes qua inwonertal omdat er nog groei zit in de benodigde kuubs per persoon. Interessante case-studie, want hoe doen we dat in zo’n oude stad als Leiden. Groeien en bouwen in één van de meest dichtbebouwde binnensteden van Nederland zonder uitbreidingsmogelijkheden? Daarnaast is er hernieuwde waardering voor de bestaande bouw uit het oogpunt van duurzaamheid. Wegwerparchitectuur,  waarin gebouwen minder dan 50 jaar meegaan, kan niet meer worden geaccepteerd. Het hergebruik van bestaande gebouwen is in basis extreem veel duurzamer dan welke sloop-nieuwbouwvariant dan ook. Voorwaarde is wel dat deze gebouwen functioneel bruikbaar zijn en dat de gebouwen kwaliteit hebben en / of een bepaalde cultuurhistorische waarde.

‘LeidsVerdichten’1

Bijdrage door Patrick Colly

Column nrcnext.nl: Achmeagebouw kleingeestige verrommeling

NRCNext columnist Christiaan Weijts gebruikt in zijn stuk “De kleingeestige verrommeling van Nederland” van 25 maart 2011 het Leidse Achmeagebouw als het toonbeeld van verrommelde, lelijke en onbehaaglijke inrichting van de publieke ruimte. Hij bespreekt de ontwikkeling van gedecentraliseerd ruimtebeleid, zoals minister Schultz dat graag ziet. „De partijen in het veld hebben ruimte en vrijheid nodig om samen zaken van de grond te brengen in hun regio”, aldus de minister volgens Weijts. De columnist komt tot de conclusie dat ondanks het feit dat decentralisatie en kleinschaligheid in het ontwerp van Achmeagebouw zijn toegepast en er rekening is gehouden met de wensen van Achmea zelf, de kwaliteit van de openbare ruimte er niet op vooruit is gegaan. Weijts is dan ook zeer kritisch over de decentralisatie van ruimtelijke ordening. “Lokale overheden hebben doorgaans andere doelen dan het tot stand brengen van een wereld waarin we ons behaaglijk voelen.” Ook van die andere ‘partijen in het veld’, aan wie de minister de ruimtelijke inrichting wil overlaten, valt volgens hem niet veel te verwachten. “De bouwwereld is een keten van elkaar wantrouwende ‘partijen’ die daardoor gezamenlijk de scheppers zijn van een verbluffende puinzooi” aldus Weijts. Maar ook van de invloed van de eindgebruikers zal volgens geen gunstige invloed hebben. Democratische besluitvorming werkt oplossingen in de hand waar zoveel mogelijk ‘eindgebruikers’ mee kunnen leven: “Aangezien uitgesproken ontwerpen nu eenmaal uitgesproken reacties oproepen – zowel enthousiast als afwijzend – zal de winnaar de compromiskeuze zijn, het grijze, het saaie, de middelmaat.” Dat laatste blijkt nu echter juist niet het geval te zijn bij het Achmeagebouw: je kunt ervan zeggen wat je wilt, maar grijs en saai is het niet. Dat blijkt al wel uit het feit dat het de shortlist haalde van de NRC Handelsblad-verkiezing voor het lelijkste gebouw van 2010. Geen middelmaat, maar een uitgesproken lelijk gebouw dus, volgens sommigen.

Lees de gehele column op http://www.nrcnext.nl/columnisten/2011/03/25/de-kleingeestige-verrommeling-van-nederland/

Beleggersvisie

foto uit ropport ABN-AMRO

 Kansen voor kwaliteit, de Nederlandse kantorenmarkt in beeld.

Vorige week verscheen er een rapport over de Nederlandse kantorenmarkt vanuit de beleggersvisie van de ABN-AMRO.  In die zin interessant omdat dit een geluid vanuit de beleggers is. En daar hadden we er nog niet veel van. We vinden allemaal dat we iets aan leegstand moeten doen, maar hoe kijkt de belegger naar het probleem? Het rapport geeft een goed beeld van de situatie en verbindt er conclusies aan. Niet onze mening, maar de invalshoek is interessant. Hieronder integraal de conclusies van het rapport [of lees hier het complete rapport: Kansen voor kwaliteit]

illustratie uit ropport ABN-AMRO

Conclusies: van zorg naar kans

De zorgen over de Nederlandse kantorenmarkt zijn terecht. De actuele leegstandsproblematiek is substantieel en onze analyses van de gebruikersmarkt laten zien dat de leegstand richting 2015 nog sterk gaat oplopen. Aan de ene kant komt dit door een krimpende kantoorwerkgelegenheid. Aan de andere kant lijkt de brede adoptie van vormen van Het Nieuwe Werken door kantoorgebruikers een grote impact te gaan hebben. Alle onderzochte gemeentes krijgen naar onze verwachting te maken met toenemende leegstand. Vastgoedbeleggers worden in belangrijke mate mogelijk blijvend geraakt in hun verdienpotentieel. Voor ontwikkelaars dreigt een lange periode van lage productie, met alle gevolgen voor de achterliggende bouwkolom. De recente ‘sense-of-urgency’ is dus – ons inziens – terecht. Maatregelen zullen moeten worden genomen om de problematiek te lijf te gaan. De vraag is uiteraard: welke maatregelen? De kwaliteitseisen van huidige en toekomstige kantoorgebruikers zijn hoog. Denk bijvoorbeeld aan ambities op het gebied van duurzaamheid. De huidige voorraad (leegstaand of niet) kan niet aan deze vraag voldoen. Een transitieproces is nodig, om gebouwen te laten aansluiten bij de vraag van vandaag en morgen. Van een bouwstop kan dus naar onze mening geen sprake zijn. Wel moet er nieuwe schaarste worden gecreëerd in de Nederlandse kantorenmarkt. Alleen in een schaarstesituatie kan van de gebruiker een reële prijs worden gevraagd voor de geboden kwaliteit. En alleen in een schaarstesituatie blijft er bij beleggers vertrouwen in de positieve waardeontwikkeling van het aan te kopen vastgoed. Deze situatie kan alleen ontstaan door beperking van de uitgifte van nieuwe greenfield kantoorlocaties in combinatie met substantiële transformatie van de bestaande voorraad. Hiervoor zijn nieuwe spelregels en de inzet van alle betrokken partijen nodig. Binnen deze spelregels kan naar ons idee de markt haar werk doen: zorgen vertalen naar kansen.

Gemeenten/Overheid

  • Beperken greenfield kantoorlocaties
  • Faciliteren transformatie

Beleggers

  • Kritischer worden op locatiekwaliteit
  • Investeren in multi-inzetbare gebouwen
  • (Laten) transformeren bestaand kansarm bezit

Ontwikkelaars

  • Nieuwbouw inbreiden
  • Transformeren bestaande voorraad
  • Bouwen flexibele, multi-inzetbare gebouwen

Gebruikers

  • Werken vanuit gedegen huisvestingsstrategie
  • Betalen voor kwaliteit

Een geslaagde oplossing voor leegstaande huizen

Een huis dat lange tijd leegstaat kan de sfeer van een straat bepalen. Veel ‘probleemwijken’ hebben naast overlast te kampen met een eenzijdige, verouderde woningbouw. Sommige huizen staan daardoor wel 30 jaar leeg.

De gemeente Rotterdam is een tijd geleden begonnen dit probleem om te keren: Een bijzonder opgeknapt huis kan een flinke boost geven aan een wijk, was hun visie. Geintereseerden konden een klushuis voor heel weinig geld of gratis krijgen, mits ze ze het zouden opknappen voor een van te voren afgesproken bedrag. Inmiddels zijn de eerste met succes opgeknapte huizen in gebruik.

Een opgeknapt huis in de ‘probleemwijk’ Rotterdam-Zuid.

Het grootste bezwaar dat een potentiele koper normaal zou hebben bij de aanschaf van een achterstallig onderhouden huis, is door de lage aanschafkosten van de baan geschoven: Hij heeft geen last meer van dubbele kosten t.o.v. een normaal huis. Als de woningen die verkocht worden dicht bij elkaar staan, kunnen de nieuwe bewoners bovendien gezamenlijk materiaal inslaan.

Saad Wahwah, trotse eigenaar van een klushuis in Rotterdam, geeft aan waarom nieuwe bewoners een huis de opknapbeurt kunnen geven, wanneer de gemeente niet meer weet hoe: “Ik begrijp het ook wel: er is geen tijd voor of het kost veel geld. Maar zelf kan ik die liefde en aandacht wel opbrengen, het is immers mijn eigen huis.”

Na het geslaagde experiment in Rotterdam, zijn nu ook andere gemeentes bezig met klushuizen als instrument tegen leegstand in te zetten, bijvoorbeeld Arnhem:

Zie ook de website van de klushuizen van Rotterdam voor ervaringen van bewoners, het aanbod en het beleid van de gemeente.