Tagarchief: JL

17% minder winkels?

De komende 7 jaar zal het winkeloppervlak in stedelijke gebieden met 17% dalen, voornamelijk door de toename van verkoop op internet. Tenminste, dat is wat een onderzoek in opdracht van Het Financieele Dagblad (door Booz & Company) voorspelt.  Door anderen wordt getwijfeld aan de juistheid hiervan. Gerard Zandbergen (onderzoeksbureau Locatus) twitterde dat al 10-15 jaar zowel de internetaankopen als het winkeloppervlak groeien. Toch is het interessant na te denken over wat voor gevolgen het zou hebben voor het centrum van Leiden.

Leeg

Volgens het onderzoek zullen vooral veel kledingwinkels verdwijnen, omdat voor kleding de groei van internetverkoop de komende jaren het groots is. In het algemeen zullen grote winkels plaats te maken voor kleinere “showrooms”. Sommige fabrikanten zullen eigen showrooms openen zoals Apple nu al heeft. De vrijgekomen ruime zal deels door amusement en horeca opgevuld worden, maar vooral ook door woonruimte.

Wonen boven winkels brochure

De toename van internetconsumptie heeft zorgelijke kanten. Vanuit de luie stoel meer onnodig dingen kopen is slecht voor het milieu en de lichaamsbeweging van de shopper, maar voor de binnenstad van Leiden hoeft het niet slecht te zijn.  Als de door leegstand vrijgekomen ruimte bewoond wordt, zal de stad veranderen. Nu wonen er weinig mensen in de winkelstraten. Zelfs de bovenverdiepingen staan vaak leeg, omdat de extra meter etalage op de plek van een voordeur meer opbrengt dan de verhuur van de bovenwoning.  Een binnenstad waar weer in alle straten geleefd wordt, maakt de binnenstad gezelliger en veiliger. Bovendien is het beter voor het behoud van de historische gebouwen en de noodzaak voor nog meer woonwijken in de groene buitengebieden neemt af.

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre

Windenergie zonder wieken

Windenergie gebruiken we in Nederland al zo’n 1000 jaar voor van alles en nog wat, zoals het malen van graan, zagen van hout en het pompen van water. In de Leidse binnenstad stonden langs de singel wel 30 windmolens en in het buitengebied nog 15. Met de komst van de stoommachine en verbrandingsmotor raakte de molens in onbruik. Er zijn nu nog 2 molens binnen en 7 molens buiten de singel over, die we als monumenten koesteren.

Windmolens

Toen er grenzen aan de groei  bleken te zijn met fossiele energie, kwam windenergie langzaam weer in opkomst, maar nu voor het opwekken van elektriciteit. Deze nieuwe windmolens kunnen in een kaarsrechte lijn opgesteld ook mooi zijn. Toch worden ze minder gekoesterd dan de oude molens en willen we ze o.a. vanwege geluidshinder niet in de stad hebben staan.

EWICON

Dat is jammer, want het is toch handig om de elektriciteit op te wekken daar waar je het nodig hebt. Daarom zijn er vele alternatieve ontwerpen bedacht voor op gebouwen: van wieken in de vorm van beslagkloppers tot draaiende cilinders. Het kan zelfs zonder bewegende delen. Een eerste proefmodel daarvoor staat sinds ruim twee weken in Delft. Deze EWICON staat bijna recht onder mijn werkkamerraam, maar iemand moest me op het ding wijzen, want ik had er nog niks van gemerkt.

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre

Paalkampeerplaats

Afgelopen maandag heb ik hier niks geplaatst. Ik liep dat weekeinde namelijk een meerdaagse trektocht. Ik had nog gehoopt daarbij een goed idee voor een stukje te krijgen, maar ik kwam vooral met spierpijn terug. Toen dat over was kwamen de ideeën, want ondanks het afzien is het fijn en goed voor de mentale gezondheid om de hele dag actief buiten te zijn. Even niets anders aan m’n hoofd dan kaartlezen, een plek voor m’n tentje in het bos zoeken, vuurtje maken om water uit een beek te koken (tegen natuurlijke ziektemakers, chemische verontreiniging is nu langzamerhand aan het verdwijnen), composteerbaar afval begraven  en het niet-composteerbare weer meenemen: ik laat alleen voetafdrukken achter en neem alleen herinneringen mee.

Weipoortse Vliet

Maar, in de meeste dichtbevolkte Europese landen mag wildkamperen niet; Uit angst voor hele hordes die op zoek naar een gratis overnachting het niet zo netjes achterlaten. Dat blijkt enorm mee te vallen. Staatsbosbeheer heeft sinds een aantal jaar enkele paalkampeerplaatsen. Dat is een paal of pomp waar je binnen een straal van 10 meter gedurende 3 dagen met maximaal 3 trekkerstentjes mag wildkamperen. Ze worden veel gebruikt, maar er zijn geen hordes overlastgevers en bergen troep. Er zit er zelfs één vlak buiten Leiden: tussen Zoeterwoude Dorp en Rijndijk aan de Weipoortse Vliet.

Paalkampeerplaats

Zo makkelijk kan het dus zijn. Gewoon een bordje aan een paal hangen en klaar, net als bij de liftplaatsten waar ik eerder over schreef. Die twee zijn ook goed combineerbaar. Een paar jaar terug nam ik een liftend Duits stelletje mee dat opweg was naar Amsterdam. Eigenlijk wilden ze eerst nog iets van dat befaamde Groene Hart zien. Ik heb ze naar die gratis Zeltplatz im grünen Herzen Hollands gebracht: so macht trampen Spaß.

Lifters

Volgende keer ga ik de paalkampeerplaats in Zoeterwoude zelf maar eens uitproberen. Lopend vanaf huis vertrekken heeft ook wel wat. Dan is de voetafdruk die ik achterlaat nog iets kleiner.

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre

Fijnstofmeetproject

Fijnstof is een verzamelnaam voor in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 0,01 millimeter.  Die ademen we in en dat is slecht voor onze gezondheid. De meeste van deze deeltjes worden verspreid door menselijke activiteiten zoals verkeer, industrie, energieopwekking en landbouw, maar ook de zee produceert fijnstof. In Nederland is de concentratie fijnstof erg hoog en dat is zorgelijk ongeacht of de concentratie wel of niet aan Europese normen voldoet. Een veilige concentratie fijnstof bestaat namelijk niet. Het is altijd schadelijk. Er zal dus een compromis gezocht moeten worden tussen de economische belangen en de gezondheidsrisico’s. Om die lastige afweging goed te kunnen maken is er vooral voldoende informatie nodig, over de gevolgen, maar ook over de werkelijke concentraties en verspreiding, zodat we daar ook in de stadsinrichting rekening mee kunnen houden.

Stikstofdioxide

Fijnstof kan ook het broeikaseffect verminderen door het tegenhouden van zonlicht, maar over hoe dat precies werkt is nog veel onduidelijk. Al met al kunnen we in Nederland wel wat meer metingen aan fijnstof gebruiken dan die op de 50 officiële vaste meetpunten. Daarom is een samenwerkingsverband van de overheid en onderzoeksinstellingen, waaronder de Sterrewacht van Universiteit Leiden, onder de naam iSpex een project gestart om gebruikers van een iPhone de concentratie fijnstof op hun locatie te laten meten.

Voor €2,50 kan je een opzetstukje kopen met daarin wat optische filters voor de camera van je iPhone. Het is jammer, maar dat opzetstukje past niet op andere smartphones en zonder kan je smartphone de benodigde metingen van de polarisatie van het licht niet doen.  Op een heldere dag maken vervolgens alle mensen die wel een iPhone en iSpex hebben foto’s van de lucht, die door een bijgeleverde App verstuurd worden. Uit die foto’s kan dan een veel gedetailleerdere kaart van de fijnstofconcentratie gemaakt worden. De kleuren van het zonlicht worden namelijk verschillend verstrooid door kleine deeltjes. Dat is ook de reden dat de lucht blauw is. Welke kleur blauw zegt dus iets over hoeveel fijnstof er is.

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre

Liftplaats

Een ideale studentenstad heeft meer dan goede studentenhuisvesting. Want studenten zitten niet de hele week in hun studentenkamer. Met zo veel studenten op de bevolking van Leiden zie je ze overal. Als je deze lente rond een van de feestdagen ’s ochtends de stad uit rijdt, heb je grote kans dat je liftende studenten ziet. Die doen mee aan een liftwedstrijd naar Parijs, Berlijn of nog verder. Dergelijke liftwedstrijden worden jaarlijks georganiseerd. Dat stamt nog uit de tijd dat veel studenten ook in het weekeinde op en neer naar hun ouderlijk huis liftten. Met de komst van de studenten-OV-jaarkaart is dat verdwenen. Veel mensen denken daarom dat liften iets uit het verleden is en dat het nu niet meer kan, omdat het gevaarlijk zou zijn en er toch niemand meer voor je stopt. Niets is minder waar, zoals de liftwedstrijden aantonen.

Vóór de studenten-OV-jaarkaart

Ook ik had een OV-jaarkaart als student, maar omdat ik in de zomervakantie liever een dag langer onderweg was dan dat ik eerst een dag aan de lopende band moest staan om een vliegticket te kunnen kopen, ging ik liften. Zelfs nu ik een auto heb, ga ik op vakantie graag liften, vooral voor de gesprekken met mensen uit het land van bestemming. Nu de studenten-OV-kaart nog verder beperkt gaat worden, komen er misschien weer ieder weekeinde lifters langs de Leidse uitvalswegen te staan. Ik zou het toejuichen, want je ontmoet daarbij veel zeer verschillende mensen (die altijd erg aardig zijn anders waren ze niet belangeloos voor je gestopt).

Weer gaan liften!

Liften van het ene snelwegtankstation naar het volgende snelwegtankstation is met wat geduld niet moeilijk. Het lastigste is een stad uitliften. Waar kan je het beste gaan staan, zonder het risico door een agent weggestuurd te worden, omdat hij de plek niet veilig vindt? Sommige studentensteden hebben een officiële liftplaats, uit de tijd van voor de studenten-OV-kaart, maar Leiden niet. Misschien is het goed als Leiden die nu ook maakt. Ik weet wel wat de beste plekken zijn. In de meeste gevallen hoeft er alleen een bordje opgehangen te worden. Probeer het zelf eens uit op een van onderstaande plekken (klik hier voor mijn lifttips). Pas op, de officiële bordjes staan er nog niet!

Richting A4 (klik voor huidige situatie)

Richting N11 (klik voor huidige situatie)

Richting A44 (klik voor huidige situatie)

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre