Tagarchief: Leiden

De groene ring van Leiden

afbeelding via Creatieve Stad Leiden

Zelden zal een duur en grootschalig plan in Leiden zoveel politieke en publieke steun hebben gekregen als het plan voor het Singelpark. Die brede steun is natuurlijk volkomen terecht want het is, in tegenstelling tot veel andere grootse plannen voor de stad, een plan dat Leiden aantrekkelijker en groener zal maken. En niet onbelangrijk: er is ook geld voor. Bij de verdeling van de NUON-gelden is een groot deel van het potje ‘groen’ toegewezen aan het Singelpark. Het park mag ruim 9 miljoen gaan kosten. In samenwerking met het Stadslabis is de gemeente inmiddels begonnen met de voorbereidingen. Er zal binnenkort een prijsvraag onder topontwerpers worden uitgeschreven, een nadrukkelijke wens van het Stadslab. GroenLinks vindt ook dat het nieuwe Leidse park door een buitengewoon goede landschapsarchitect ontworpen moet worden en steunt daarom het uitschrijven van een prijsvraag. Een belangrijk onderdeel bij de uitwerking van het park is de participatie van inwoners van Leiden. Op een eerste brainstormavond over het Singelpark waren zo’n 200 mensen aanwezig. De honderden ideeën van die avond zal de toekomstige ontwerper ongetwijfeld meenemen in het ontwerp.

collage Walter van Peijpe

De essentie van het park is natuurlijk de doorlopende wandelroute langs de stadszijde van de Singels. Van dit ‘ringpark’ zal elke inwoner en bezoeker van Leiden plezier hebben. Een veel gehoorde wens is daarnaast om ook de Singels weer geheel doorvaarbaar te maken. De dam van de NUON-centrale aan de Maresingel verhindert dit nu. GroenLinks deelt deze wens maar vindt de verwijdering van de dam geen prioriteit hebben. Het probleem is dat het nog niet duidelijk is hoeveel het verwijderen van de dam gaat kosten, het vermoeden is enkele miljoenen. Als dit zo is dan vindt GroenLinks dit een te grote aanslag op het budget voor het Singelpark. Het ligt voor de hand om het goed gevulde NUON-potje ‘bereikbaarheid’ aan te spreken. De stad wordt immers via een doorgaande ‘ringwaterweg’ beter bereikbaar voor boten.

collage Suzanne van Ginneken

Donderdag 26 januari is in de Raad met veel enthousiasme de visie op het Singelpark door alle partijen met uitzondering van Leefbaar Leiden goedgekeurd. GroenLinks feliciteert de gemeente en het Stadslab met deze belangrijke stap en wenst hen heel veel succes bij de verdere uitwerking.

Schoolvoorbeelden van monumenten in Leiden

Leiden is trots op haar monumenten en er komen er steeds meer bij. Dat is mooi, het Leids cultureel erfgoed is één van de belangrijkste kwaliteiten van de stad. Gelukkig staan er inmiddels ook veel gebouwen uit de 20e eeuw op de lijst van gemeentelijke monumenten. Maar gebouwen uit de wederopbouw periode worden nog te weinig op waarde geschat. Een aangenomen motie van GroenLinks probeert hier wat aan te doen. Het belangrijkst is echter dat de gemeente Leiden zich beseft dat ook naoorlogse gebouwen, mooi of lelijk, onderdeel kunnen uitmaken van de Leidse cultuurhistorie.

Dinsdag 13 december meldde wethouder Jan-Jaap de Haan (Cultuur) trots dat drie bestaande Leidse schoolgebouwen de status hebben gekregen van beschermd gemeentelijk monument: Het Bonaventura College aan de Mariënpoelstraat, het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat en het ROC ID College aan de Groenhazengracht. “Met hun bijzondere baksteenarchitectuur, allerlei decoratieve details en zelfs een oude kapel zijn de kersverse gemeentelijke monumenten een waardevolle toevoeging aan de mooie lijst van al bestaande Leidse monumenten. Verleden en toekomst zijn in deze Leidse schoolgebouwen verenigd.” zegt Jan-Jaap de Haan in het persbericht.

Bonaventura College, Mariënpoelstraat

Dat deze drie scholen de monumentenstatus hebben gekregen is te danken aan het zeer volledige rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 1: 1800 – 1940. Het rapport is geschreven voor de Unit Monumenten en Archeologie Leiden, door Yteke Spoelstra, een architectuurhistorica die onder andere gespecialiseerd is in scholenbouw.

Net als stations, musea, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en andere [semi]openbare grote publieke gebouwen kennen scholen vaak een bijzondere architectuur. Schoolgebouwen zijn cultuurhistorisch van groot belang omdat in de architectuur meestal naast de typische architectonische kenmerken ook de onderwijsopvattingen uit die tijd goed afleesbaar zijn.

ROC ID College aan de Groenhazengracht

Daarom vormen scholen een belangrijk onderdeel van ons cultuurhistorisch erfgoed. Vroeger dacht men daar helaas anders over. Aan het einde van het rapport is een lijst opgenomen van alle gebouwde scholen uit de periode 1800 – 1940. Helaas is een groot deel daarvan gesloopt. Veel van de scholen die er nog wel staan zijn inmiddels aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. Daar komen er dus nu drie bij en dat is mooi.

Maar er is ook reden tot zorg. Dezelfde auteur, Yteke Spoelstra, schreef nog een rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 2: 1945-1965. Ook dit is weer een zeer volledig overzicht, nu van alle gebouwde Leidse scholen uit de wederopbouw periode. Ook deze scholen geven een goed beeld van de architectuur en de onderwijsopvattingen uit die tijd. Veel van ons hebben in deze schoolgebouwen les gehad. Er is zelfs een grote kans dat onze kinderen er nu nog op school zitten. Ook in dit tweede rapport staat aan het eind een overzicht van alle scholen. Een aantal is inmiddels gesloopt maar heel veel scholen staan er nog steeds. Alleen is nu opvallend is dat geen van deze scholen een monumentenstatus heeft. En dit is reden tot zorg. Het lijkt erop dat de gemeente de cultuurhistorische waarde van een aantal scholen uit de wederopbouw nog niet inziet en de gebouwen makkelijk laat slopen wanneer nieuwe ontwikkelingen op de locatie gewenst zijn.

Vlakbij het nieuwe monument het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat staan twee naoorlogse scholen op de nominatie om gesloopt te worden. De voormalige Middelbare Meisjes School Sint Agnes van de Rooms-katholieke Zusters der Liefde aan de Eijmerspoelstraat en de voormalige Mathesis Scientiarum Genitrix (MSG) aan de Dieperpoellaan. Deze twee scholen moeten wijken voor de herontwikkeling van de locatie Dieperhout. Er is duidelijk nooit een poging gedaan om deze twee scholen te behouden of te hergebruiken. Dat is vreemd want in het scholen-rapport wordt het volgende gezegd over het Agnes: “Dit fraaie exemplaar uit 1965/1966 is ontworpen door het Leidse architectenbureau Van Oerle, Schrama en Bos. De ruime groenstrook voor de school aan de Kagerstraat maakt dat het een beeldbepalend gebouw in de buurt is…“ en over de MTS: “De school, die in 1964 ontworpen is door het bekende architectenbureau Jan Lucas en Henk Niemeyer is in 1966 in gebruik genomen. Minister Diepenhorst opende het gebouw dat vier miljoen gulden heeft gekost….. Het gebouw is gaaf zowel in hoofdvorm als in detail en is exemplarisch voor schoolgebouwen voor het technische onderwijs uit de jaren zestig”.

Agnes College, Eijmerspoelstraat, Schrama en Bos, 1965

Het is tragisch dat ondanks bovenstaande kwalificaties de gemeente, tegen het advies van de Leidse monumentenselectiecommissie in, besloten heeft de twee scholen niet aan te wijzen als gemeentelijk monument maar ze te slopen. Blijkbaar gaat het monumentenbewustzijn van de gemeente nog niet veel verder dan tot de Tweede Wereldoorlog. Dit is volkomen onterecht. Ook naoorlogse gebouwen maken onderdeel uit van het Leidse cultuurhistorische erfgoed en verdienen soms een monumentenstatus.

Gelukkig is in september een motie van GroenLinks in de gemeenteraad aangenomen die het college verzoekt om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de stad waarbij sloop van bestaande gebouwen aan de orde is, altijd de Monumentenselectiecommissie te consulteren over de waarde van eventueel aanwezig cultureel erfgoed. Ook verzoekt de motie het college altijd een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van hergebruik van een gebouw wanneer dit gebouw door de monumentenselectiecommissie is voorgedragen voor voorlopige aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument.

Mathesis Scientiarum Genitrix, Dieperpoellaan, Lucas en Niemeyer, 1966

Helaas zal de motie de twee scholen op de Dieperhout-locatie niet van de slopershamer redden. Daarvoor zijn de plannen al te ver gevorderd. Maar er is nog hoop. Gezien de huidige crisis op de woningmarkt is het niet heel waarschijnlijk dat met name voor de MSG-locatie snel een ontwikkelaar gevonden zal worden. Misschien komt hergebruik dan weer in beeld en worden het Agnes en de MSG alsnog als gemeentelijk monument vermeld  op de lijst van scholen, in het nog te schrijven scholen-rapport Deel 3,

Mijn ‘Taxibiography’ voor Serious Request #SR11

Natuurlijk was ik blij verrast toen ik zaterdag 3 december op de TaxiExpo2011 werd uitgeroepen tot ‘Beste taxichauffeur van het Jaar’. Deze verkiezing werd dit jaar voor het eerst georganiseerd door FNVbondgenoten. Met de verkiezing hoopt de FNV, terecht, het beroep ‘taxichauffeur’ een positiever imago te geven.

Door deze verkiezing kwam ook mijn ‘Taxipage‘ en mijn in 2009 gemaakte boek ‘Taxibiography’ weer ter sprake. Het boek is een registratie van al mijn 1268 taxiritten tussen maart 2006 en mei 2007. Elke foto is met hetzelfde camerastandpunt gemaakt aan het einde van de rit. Het boek geeft een unieke, objectieve impressie van het gewone, hedendaagse stadslandschap. Tegelijkertijd nodigt het boek uit om te fantaseren over het verhaal achter elke foto.Kijk hier voor een preview.

De hardcover uitgave is mooi maar helaas niet goedkoop. Gelukkig is er nu ook de mogelijkheid om mijn boek ‘Taxibiography’ voor slecht € 5,49 te downloaden voor de Ipad. Tot 24 december gaat de opbrengt van mijn boek naar de actie 3FM Serious Request. Nu kopen dus!

http://nl.blurb.com/bookstore/detail/887962


Uit de oude doos: De nieuwe Morsweg

Een groene, compacte stad is de stad van de toekomst. Dat geldt ook voor Leiden. We moeten zoeken naar creatieve en duurzame oplossingen om de schaarse ruimte in de stad de beter te benutten. Als we slim en vooruitstrevend zijn kunnen we Leiden verrijken met meer groen, meer woningen, meer kleine bedrijven, meer kunst, meer speelplaatsen en meer ruimte voor openbaar vervoer en de fiets. Zoals hier op de Morsweg.

Walter van Peijpe

Dit bericht verscheen eerder op http://waltervanpeijpe.com/


							

Uit de oude doos: Spontane stadsinrichting

collage Walter van Peijpe

De openbare ruimte

Begin maart maakte het college bekend iets te willen doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Hiervoor is de ’ontwerp-kadernota kwaliteit openbare ruimte 2025’ opgesteld. Deze nota stelt voor de komende 15 jaar de uitgangspunten vast voor de ontwikkeling, inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het college wil meer rust en samenhang, die moet ontstaan door duurzaamheid en standaardisatie bij de stadsinrichting. Inmiddels is de inspraak verwerkt en in januari 2012 zal de gemeenteraad de kadernota vaststellen.

De keuze voor duurzaamheid en standaardisatie  is niet verrassend. De nota bouwt voort op de oplossingen en materialen die zich in Leiden al bewezen hebben. Het past dus goed bij de uitgangspunten van het programma Binnenstad, waarin een strategie van conserveren de kwaliteit van de historische binnenstad moet vergroten. Daar is op zich niets mis mee en veel mensen zullen rust en samenhang in de openbare ruimte wel waarderen.

Het openbare leven

Maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. De openbare ruimte is meer dan nette bankjes, rustieke lantaarns en mooie klinkers. In de openbare ruimte speelt zich immers het openbare leven af dat van dag tot dag en van plek tot plek verschillend is. Zelfs een historische binnenstad verandert met de tijd en de manier waarop mensen de stad beleven en gebruiken zal over een paar jaar anders zijn dan nu. Een stad leeft en dus zal ook de inrichting van de openbare ruimte mee moeten veranderen met actuele stedelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit vraagt om tijdelijkheid, uniciteit en flexibiliteit bij de stadsinrichting

De uitdaging

Deze twee inrichtingsprincipes, duurzaam/gestandaardiseerd tegenover tijdelijk/uniek, kunnen natuurlijk prima naast elkaar bestaan. Voor het eerste inrichtingsprincipe is de nota een geschikt toetsingskader. Het tweede inrichtingsprincipe is echter niet in een nota te vatten. Hiervoor is juist spontaniteit en creativiteit nodig. Dat is een mooie uitdaging voor de gemeente Leiden.

Misschien kunnen stadsgebruikers hierbij helpen door met inrichtingsvoorstellen te komen. Zij beleven immers de openbare ruimte het meest. Een goed bestaand voorbeeld hiervan is het Stadslab. Het is dan wel de taak van de gemeente om deze initiatieven de ruimte te geven, de goede plannen te selecteren en ze vervolgens snel uit te voeren.

Inspiratie

Op de site BXL100 staan prachtige voorbeelden van creatieve, unieke, virtuele transformaties van openbare ruimtes in Brussel. Wellicht kunnen deze voorbeelden het college inspireren en hen overhalen ook in Leiden ruimte te geven aan ‘spontane stadsinrichting’.

foto’s door BXL100

Walter van Peijpe

dit artikel verscheen eerder op http://waltervanpeijpe.com/