Auteursarchief: leidseruimte

De circulaire economie is al begonnen

rekenmachine3Eén van de barrières voor verduurzaming van de stad is dat betere keuzes vaak een hogere investering vragen. Zo zie je bij energiebesparing dat juist degenen die er het meeste baat bij zouden hebben, geen kans hebben om de investering in maatregelen op te hoesten.

De gewenste versnelling kan er deels komen door niet meer alles te kopen en bezitten, maar hoogwaardige producten en diensten te huren. Het eigendom blijft bij de leverancier, die goederen en grondstoffen via reparatie en upcycling steeds maar weer in omloop kan houden. Voorbeelden van gebruik zonder eigendom zijn abonnementen met telefoons en boeken uit bibliotheken, maar ook kun je tegenwoordig c.v.-ketels en systemen voor (openbare) verlichting huren, inclusief service en energiegebruik.
Er ontstaat een nieuw soort bedrijvigheid, en tegelijk is er voor iedereen de vrijheid om aan veel of weinig kringen mee te doen. Deze principes van de ‘circulaire economie’ worden uitgelegd in dit filmpje:

autodelenkleinengrootAdam

Het delen van spullen sluit aan bij deze ideeën. Er zijn immers veel dingen die je alleen zo nu en dan nodig hebt. In de tussentijd kunnen ze best door een ander gebruikt worden.  Een voor de hand liggend voorbeeld is het delen van auto’s. Als we vergaand delen, zijn er minder auto’s nodig en ook minder parkeerruimte. Terwijl het mogelijk is om per keer dat je een auto nodig hebt te kiezen uit klein of groot, stadstempo of hoge snelheid, rood of groen. Dus zonder een eigen auto te hebben, kun je meer luxe ervaren, tegen lagere kosten per jaar.

IMG_1744In De Oranjerie, waar ik woon, delen we meerdere dingen, zoals een zonne-energiedak, gemeenschappelijke tuin en tuingereedschap, fietsenstalling, hoogwaardige was- en droogmachines en zelfs de droogmolen in de tuin. Zo hoeft niet ieder huishouden zelf voor al die dingen te zorgen, en hoeven niet alle woningen en tuinen ermee gevuld te zijn. Natuurlijk is iedereen vrij ook eigen apparaten aan te schaffen.

Gepost door Mieke Weterings

Inspiratie uit het buitenland: de slaapliedjesfabriek in Londen

Niet alle gebouwen zijn aan de buitenkant even mooi. Regenpijpen, afvoerpijpen en ventilatieroosters vormen vaak niet het meest aantrekkelijke onderdeel van een pand of woning. Het Londense architectenbureau Studio Weave laat zien dat dergelijke ‘lelijkheid’ echter ook creatief omgevormd kan worden tot iets heel erg moois…

ImageIn 2012 voltooiden de architecten de Lullaby Factory – of slaapliedjesfabriek – in een kinderziekenhuis in Londen. De metalen pijpen aan de buitenkant van het gebouw zijn omgetoverd tot magische muziekinstrumenten die rustgevende melodietjes produceren voor de kleine patiënten van het ziekenhuis. Via de FM-frequentie van de ‘fabriek’ of een aantal speciale pijpen kan de geproduceerde muziek direct beluisterd worden.

Zou dit ook kunnen in Leiden? Ongetwijfeld. Architectuur hoeft niet per definitie grootschalig te zijn, of te gaan om het ontwerpen van hele gebouwen. Onderstaande Leidse panden zouden er met een creatief sausje à la Studio Weave waarschijnlijk ook fantastisch uitzien…

Weave in Leiden

Bijdrage van: Simone Pekelsma (@simonepekelsma)

Wat is jouw stad van de toekomst?

Laatst werd mij deze vraag gesteld. Mijn eerste associatie was die van futuristische sience fiction met electrische vliegfietsen en zo. Van dat soort toekomstbeelden blijkt echter meestal niks terecht te komen. In de jaren ’50 dacht men dat we in in het jaar 2000 al persoonlijk vliegvervoer zouden hebben, maar internet voorzag niemand.

Vliegfiets

M’n tweede gedachte was gewoon extrapolatie van de huidige ontwikkelingen van steeds efficiënter ruimtegebruik en energiezuinige huizen met behoud van de originele historische bouwstijlen en meer sociale interactie in de wijk door internet, maar dat is me niet visionair genoeg.

Futuristische stad

Wat zou ik in Leiden nou anders willen, iets kleins maar radicaal anders? Geparkeerde auto’s, ondanks parkeervergunningen staan de binnenstad en de oude wijken daaromheen vol auto’s, vooral gewoon van bewoners zoals ikzelf. Te vol, want die wijken zijn daar nooit op ontworpen. We kunnen ze vervangen voor klimaatneutrale auto’s. Daar wordt de wereld beter van, maar de wijk nog steeds niet mooier. Het blijft gewoon veel te veel blik.

Geparkeerde auto's

Wat ik zou willen is een wijk zonder geparkeerde auto’s. Zodat er weer op straat gespeeld en geleefd kan worden. Maar, waar laten we die auto’s dan? Toen herinnerde ik me een artikel in De Ingenieur met een uitstekende oplossing: parkeren onder gracht. Dat moet toch ook onder een gewone straat kunnen.

Artikel "Blik onder water" in De Ingenieur

Wat is jouw stad van van de toekomst? Laat een reactie achter.

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre

Uit de oude doos: De nieuwe Morsweg

Een groene, compacte stad is de stad van de toekomst. Dat geldt ook voor Leiden. We moeten zoeken naar creatieve en duurzame oplossingen om de schaarse ruimte in de stad de beter te benutten. Als we slim en vooruitstrevend zijn kunnen we Leiden verrijken met meer groen, meer woningen, meer kleine bedrijven, meer kunst, meer speelplaatsen en meer ruimte voor openbaar vervoer en de fiets. Zoals hier op de Morsweg.

Walter van Peijpe

Dit bericht verscheen eerder op http://waltervanpeijpe.com/


							

Uit de oude doos: Spontane stadsinrichting

collage Walter van Peijpe

De openbare ruimte

Begin maart maakte het college bekend iets te willen doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Hiervoor is de ’ontwerp-kadernota kwaliteit openbare ruimte 2025’ opgesteld. Deze nota stelt voor de komende 15 jaar de uitgangspunten vast voor de ontwikkeling, inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het college wil meer rust en samenhang, die moet ontstaan door duurzaamheid en standaardisatie bij de stadsinrichting. Inmiddels is de inspraak verwerkt en in januari 2012 zal de gemeenteraad de kadernota vaststellen.

De keuze voor duurzaamheid en standaardisatie  is niet verrassend. De nota bouwt voort op de oplossingen en materialen die zich in Leiden al bewezen hebben. Het past dus goed bij de uitgangspunten van het programma Binnenstad, waarin een strategie van conserveren de kwaliteit van de historische binnenstad moet vergroten. Daar is op zich niets mis mee en veel mensen zullen rust en samenhang in de openbare ruimte wel waarderen.

Het openbare leven

Maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. De openbare ruimte is meer dan nette bankjes, rustieke lantaarns en mooie klinkers. In de openbare ruimte speelt zich immers het openbare leven af dat van dag tot dag en van plek tot plek verschillend is. Zelfs een historische binnenstad verandert met de tijd en de manier waarop mensen de stad beleven en gebruiken zal over een paar jaar anders zijn dan nu. Een stad leeft en dus zal ook de inrichting van de openbare ruimte mee moeten veranderen met actuele stedelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit vraagt om tijdelijkheid, uniciteit en flexibiliteit bij de stadsinrichting

De uitdaging

Deze twee inrichtingsprincipes, duurzaam/gestandaardiseerd tegenover tijdelijk/uniek, kunnen natuurlijk prima naast elkaar bestaan. Voor het eerste inrichtingsprincipe is de nota een geschikt toetsingskader. Het tweede inrichtingsprincipe is echter niet in een nota te vatten. Hiervoor is juist spontaniteit en creativiteit nodig. Dat is een mooie uitdaging voor de gemeente Leiden.

Misschien kunnen stadsgebruikers hierbij helpen door met inrichtingsvoorstellen te komen. Zij beleven immers de openbare ruimte het meest. Een goed bestaand voorbeeld hiervan is het Stadslab. Het is dan wel de taak van de gemeente om deze initiatieven de ruimte te geven, de goede plannen te selecteren en ze vervolgens snel uit te voeren.

Inspiratie

Op de site BXL100 staan prachtige voorbeelden van creatieve, unieke, virtuele transformaties van openbare ruimtes in Brussel. Wellicht kunnen deze voorbeelden het college inspireren en hen overhalen ook in Leiden ruimte te geven aan ‘spontane stadsinrichting’.

foto’s door BXL100

Walter van Peijpe

dit artikel verscheen eerder op http://waltervanpeijpe.com/