Auteursarchief: leidseruimte

Reeks: Compact Groen 06-10

bergwoningen copenhagen - big architects

De bouwopgave de komende jaren voor de stad Leiden is om meer te bouwen op dezelfde oppervlakte. De stad zal niet groeien, maar de footprint van de inwoners wordt groter. We hebben onder andere meer vierkante meters woonruimte per persoon nodig. Hoe zorgen we er nou voor dat dat niet ten koste gaat van de kwaliteiten van de stad? Compact of intensief bouwen lijkt het toverwoord. Maar wat is dat nou eigenlijk? Deze reeks gaat op zoek naar projecten, goede voorbeelden van gecombineerd intensief bouwen en groen.

06 medina / daklandschap / eindhoven – naeve brown

07 boshalte / groene bushalte / eindhoven – wvttk architecten

08 groenparkeren / parkeergarage met groene gevel / rotterdam – kuhneco architecten

09 bergwonen / terassenwoningbouw op parkeergarage / copenhagen – big architects

10 daktuin / gezinswoningen onder daktuingolf / amsterdam – NL architects

Wat betekent een boom voor de stad?

In de Kaiserstraat stonden tot voor kort enorme bomen. Deze Zilveresdoorns duwden met hun wortels echter de bestrating zo ver omhoog dat het hinderlijk werd, maar opnieuw bestraten had weinig zin zolang de bomen daar nog met hun wortels stonden te duwen. Van wortels afzagen zouden de bomen instabiel kunnen worden, dus zat er volgens de gemeente maar een ding op: vervangen voor een soort die minder oppervlakkig wortelt. De bomen werden ter dood veroordeeld voor het hebben van wortels. Dat voelt toch een beetje als een mens veroordelen omdat hij/zij ademt. Was er echt geen andere oplossing? Maar daar wil ik het hier niet over hebben.

Kaiserstraat met bomen in Google Maps Streetview

Het eerste weekeinde nadat de bomen omgezaagd waren, ging ik met mijn 6-jarige zoon kijken of we konden achterhalen hoe oud de bomen waren geweest. Zelfs bij de meest glad afgezaagde boom was het lastig te zien. Dus gingen we met schuurpapier aan de slag om de zaaggroeven te verwijderen. Dat trok de aandacht van heel wat zaterdagmiddagpassanten. De een na de andere voorbijganger vroeg: “Wat we deden?”, “Waarom de bomen weg moesten, waren ze ziek?”, “Wat voor bomen waren het?”, “Kan je als je klaar bent voor ons op de stronk schrijven hoe oud de boom was?”. Na flink wat schuren en een beetje olie om de jaarringen duidelijker te maken konden we gaan tellen. Hier en daar was het toch niet zo heel duidelijk, maar uiteindelijk kwamen we op 69 jaar uit. Dus ik schreef op de stam “2011 – ca. 69 jaar = ± 1942”. Midden in de tweede wereldoorlog? Nee, ze zijn natuurlijk na de oorlog pas geplant, toen ze al een paar jaar oud waren. Dat is ook niet zo gek, want in de winter van 1944-1945 was het koud en brandstof was zo schaars dat hun voorgangers toen vast opgestookt zijn.

De boomstronk

Wat ik bijzonder vind is wat er daarna gebeurde. In de weken daarna verscheen er meer tekst op de boomstronk. De een na de andere Leidenaar schreef er iets bij ter nagedachtenis aan de boom, zoals: “Dag lieve boom”, “Bedankt voor je CO2-opname”, “Voortijdig omgehaald, je leven nooit verhaald” en “Ik zal je missen”. Blijkbaar ben ik niet de enige die dat bijzonder vond, want toen ik er van de week een foto van wilde maken bleek juist bij deze boom de stronk nog iets lager afgezaagd en de schijf met de teksten door iemand meegenomen.

De Kaiserstraat zonder bomen

Ik vind het mooi te zien hoezeer de mensen van een stad blijkbaar hun bomen waarderen en niet alleen omdat een boom de stad mooi aankleedt, de wind luwt en de zomerhitte verkoelt, maar ook omdat deze leeft. En als deze dan na bijna zeventig jaar omgezaagd wordt is dat iets om even bij stil te staan.

Bijdrage van Jochem Lesparre

Stadslandbouw aan de Langebrug

Collage Walter van Peijpe

Langste park van Nederland

Gelukkig zijn er wel al wat plannen voor meer groene ruimte in Leiden. Zo is er bijvoorbeeld het plan voor het “langste park van Nederland” om alle parken langs de singel rond de binnenstad aan elkaar te koppelen.

Kaart van het langste park van Nederland op de website van de gemeente

In eerste instantie lijkt dit misschien een beetje flauw, want op sommige plaatsen is er eenvoudigweg geen ruimte en zal het “park” niet meer dan een paar meter breed zijn. Een van die plaatsen is de Jan van Houtkade (waar de enige overgebleven toren van de stadsmuur staat die de Spanjaarden nog buiten gehouden heeft).

Jan van Houtkade in Google Maps Streetview

Nu staan er vooral geparkeerde auto’s aan weerszijde van een doorgaande weg. In het plan verdwijnen het vrijliggende fietspad en de parkeerplaatsen aan de zuidkant van de weg. Wat net genoeg ruimte oplevert om van een park te kunnen spreken.

Plan voor Jan van Houtkade in Visiedocument (pdf-bestand 15 MB)

Wie de moeite neemt om het talud naar de singel een stukje af te lopen zodat de geparkeerde auto’s aan het gezicht ontrokken worden kan nu al zien dat het een mooi groen stuk van de 6 km lange wandeling rond de binnenstad kan worden.

Jan van Houtkade

Nu komt daar nog bijna niemand, behalve zij die er iets te zoeken hebben zoals een bootje, kastanjes of (zoals ik) vlierbessen, waar je jam met een heel typische smaak van kan maken (en me doet denken aan m’n opa, die er dol op was).

Vlierbessenjam

Bijdrage van Jochem Lesparre

Uit de oude doos: Achter de Hoogvliet

Collage Walter van Peijpe. Klik voor een vergroting

In elke binnenstad zijn nog plekken te vinden die niet benut worden. Zij ontsnappen voorlopig nog aan het “schoon, heel en veilig” maken van het stadscentrum, een ambitie die in veel steden hoog op de agenda staat.

In afwachting van hun ontwikkeling kunnen deze plekken nu al gebruikt worden. Stadslandbouw is een mogelijke invulling voor deze onbenutte ruimte. Maar ook meer stedelijke programma’s kunnen hier [tijdelijk] gehuisvest worden. Initiatieven uit de creatieve en maatschappelijke [sub]cultuur kunnen, wanneer ze op deze plekken de ruimte wordt gegeven, laten zien dat de binnenstad meer is dan een winkelcentrum in een historische omgeving.

Walter van Peijpe

Dit bericht verscheen eerder op http://waltervanpeijpe.com/