Categorie archief: Uncategorized

Oude dingen

Hoe ga je met oude dingen om? Wil je die conserveren, gebruiken, opruimen of kies je voor de meest economische optie? Hieronder een paar voorbeelden.

Stel je hebt een mooie oude mechanische klok. Op een dag loopt de klok plots niet meer. Het uurwerk valt niet zo te repareren dat het weer echt betrouwbaar werkt.

 
Stel je hebt een mooi oud gebouw. Door de tand des tijds verkruimelen de stenen van de gevel één voor één. Als je de stenen één voor één vervangt is uiteindelijk geen één steen meer origineel.

 
Stel je hebt een mooie oude stadswijk, maar door een grote ramp raakt deze zwaar beschadigd. Er zijn genoeg delen bewaard gebleven voor een reconstructie.

 
Maandagbijdrage van Jochem Lesparre

Niet maaien maar grazen!

Op de voorpagina van de Volkskrant van 5 juni j.l. stond een prachtige foto van een kudde grazende schapen op het Marconiplein in Rotterdam. Vanaf eind mei worden groenstroken in de wijk Spangen begraasd door 248 schapen. Rotterdam is niet de enige stad in Nederland waar, in plaats van grasmaaimachines, schaapskuddes worden ingezet voor groenbeheer. Ook in Groningen, Maastricht, Amersfoort grazen stadsschapen. Ik heb gevraagd aan het college van B&W of we in Leiden ook een schaapskudde kunnen krijgen.

Stadsschapen in Spangen

Stadsschapen in Spangen

Een schaapskudde heeft grote voordelen boven machinaal maaien. Schapen maken niet zoveel lawaai, gebruiken geen fossiele brandstoffen, grazen keurig om bomen heen en eten snelgroeiende grassen en veelvoorkomend onkruid weg, waardoor waardevolle plantensoorten weer kunnen groeien. Zo ontstaat een gevarieerde vegetatie, wat weer goed is voor bijen, vlinders en stadsvogelsoorten. Kortom, schapen zijn een aanwinst voor de stadsnatuur. 

Nu al lopen er soms schapen in Polderpark Cronesteyn. Ik heb ze ook wel eens gezien in de berm van de Dr Lelylaan. Maar er is veel meer te grazen in Leiden. Niet alleen in de bermen van de stad, maar ook in de stadsparken en in de wijken zoals Zuidwest, de Mors en de Merenwijk. Ik reed vandaag in mijn taxi door de stad en zag genoeg pas gemaaide plekken waar ook gegraasd had kunnen worden

foto:Leidsch Dagblad

foto:Leidsch Dagblad

Ecologisch groenbeheer is niet het enige voordeel van stadsschapen. Een schaapskudde in de stad is natuurlijk ook heel aantrekkelijk  om te zien. Kinderen kunnen bij de herder langs komen, die hen alles kan vertellen over zijn dieren en de stadsnatuur. En van een grazende kudde langs de Zoeterwoudse Singel wordt toch iedereen vrolijk? Lang genoeg heeft de stad bezit genomen van de natuur en zijn hele polders volgebouwd met Vinexwijken. Nu deze stadsuitbreiding ten einde is en de aandacht gelukkig meer uitgaat naar stedelijke verdichting is het niet alleen mooi maar zelfs noodzakelijk dat de natuur de stad in komt.

Het zou kunnen dat een schaapskudde misschien iets duurder is  dan machinaal maaien. Maar als je niet alleen kijkt naar wat iets kost maar ook naar wat iets opbrengt dan denk ik dat het schaap het wint van de grasmaaier. Stadsnatuur is heel veel waard en een glimlach is onbetaalbaar 🙂

Schapen in Spangen op weg naar een plek om te grazen
[foto: 010web Rotterdam vroeger en nu]

Hier de schriftelijke vragen aan het college.
Hier een interview met mij over stadsschapen op SleutelstadFM
Bijdrage door Walter van Peijpe

Zouden we meer belasting mogen betalen?

Met enige regelmaat constateer ik dat het ergens erbarmelijk mee gesteld is. Voorbeelden hiervan in de openbare ruimte zijn: zwerfafval op staat, niet-duurzame bouwprojecten en een herinrichting zonder groen (omdat het volgebouwd moet om het project te bekostigen). Ook op sociale gebieden constateer ik dit regelmatig, zoals in de bejaardenzorg, onderwijs en asielverlening. Mijn conclusie is telkens vooral dat we er blijkbaar niet meer geld over hebben om deze zaken echt goed te laten regelen en dat we daardoor met te weinig, incapabele of lanterfantende ambtenaren zitten. Meer mensen inhuren is duur, professionals inhuren nog duurder en mensen ontslaan is al helemaal prijzig (zeker als je ze eerst jaren hebt laten lanterfanten). Nu het geld op is en er bezuinigd moet worden, wordt het alleen maar erger. De overheid gaat juist nog minder doen en de burger moet zo veel mogelijk zelf organiseren.

Lees ook het commentaar van Martin Sommer op “burgerkracht” op:.de Volkskrant

Als het om vernieuwende ideeën bedenken en proefprojecten uitvoeren gaat (bijvoorbeeld voor de vergroening van onze versteende leefomgeving of van onze vervuilde economie), is burgerinitiatief uitstekend en moet dat inderdaad veel meer gestimuleerd worden. Een ander punt waar burgerinzet een goed idee is, is de controle van de standaardtaken van de gemeente. Mijn straat werd laatst opnieuw bestraat, maar geen van mijn buurtgenoten noch de stratenmakers zagen daar de noodzaak van in. Wij kregen de brief van de gemeente hierover echter pas toen de stratenmakers de volgende werkdag al zouden beginnen. Dat was te laat om de gemeente er nog op te wijzen dat het niet nodig was.

De straat vóór herbestrating (bron: Google)

Voor het uitvoeren van de standaardtaken, zoals de straat vegen, plantsoenen onderhouden en ouderenzorg, kan je burgers activeren, maar na verloop van tijd gaat het animo toch achteruit en stopt men er mee. Daarnaast is het vaak helemaal niet efficiënt.  Zo stond ik laatst het zanderige schoolplein van mijn kinderen te vegen, omdat de gemeente (die notabene eigenaar van de school is) de straatveegwagens de schoolpleinen niet laat doen. In de tijd dat ik daarmee bezig ben geweest had ik ook een extra techniekles kunnen geven die veel meer waard is dan de kosten van het vegen door een veegwagen.

Schoolplein vegen

Ik weet de oplossing voor de problemen met de standaardtaken wel. Er moet gewoon meer geld naar toe, niet minder. Dat geld moet ergens vandaan komen: linksom of rechtsom via belasting. Daarom vraag ik (ondanks dat ik deze maand zonder inkomen zit): Zouden we meer belasting mogen betalen zodat onze gemeente, provincie, staat, EU en wereld fatsoenlijk georganiseerd kunnen worden?

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre

Schaamte

Afgelopen week zaten we met de bloggers van deze site op het terras. We hebben nog ideeën zat om over en op LeidseRuimte te schrijven. Ook ik heb meerdere onderwerpen in mijn koker.

Vanavond zou ik er weer voor gaan zitten. Maar het schrijversblock overvalt me. Ik heb geen woorden. Diepe schaamte voel ik voor Nederland, nu de kinderombudsman bekend maakt dat wij (ja: uiteindelijk jij en ik dus) duizenden kinderen uit allerlei landen niét willen verenigen met hun ouders, die naar hier gevlucht zijn.

Schaamte%20300_tcm77-246102

(afbeelding: Griffioen Theaterproductie)

Graag zou ik in Leiden ruimte creëren om ze allemaal samen welkom te heten. Dan vertel ik een andere keer wel weer hoe dat duurzaam en beeldschoon zou kunnen.

Geplaatst door Mieke Weterings

Fietsparkeren 2

Ik loop met een fietspomp in de hand naar buiten, want de achterband van m’n fiets zal in de afgelopen week wel weer langzaam leeggelopen zijn. Er zit zo’n klein gaatje in dat ik niet kan vinden om te plakken. Misschien moet ik er eens een nieuwe band op doen, maar dat is veel werk en zo gaat het ook nog wel een tijdje. Tot mijn verbazing is m’n fiets weg. Gisterochtend stond ‘ie nog tegen de muur van m’n huis, maar nu is de steeg leeg. Heeft iemand m’n oude fiets met een platte band gestolen? Onwaarschijnlijk! Dan bedenk ik dat ik gisteren mensen van de gemeente heb zien lopen. Is m’n fiets voor m’n eigen huis als wrak verwijderd? Ik bel naar het telefoonnummer van fiets fout=fiets weg.

Lekke band

“Nee meneer, wij verwijderen alleen fietsen in het stationsgebied.”
“Maar, ik heb echt mensen van de gemeente gezien die een fietswrak uit m’n steeg afvoerde.”
“Dat moeten dan mensen van vegen en legen zijn geweest, meneer.”
Dus bel ik daarnaartoe: “Nee, meneer we nemen alleen wrakken mee”.
“Maar ik vind het wel erg toevallig dat m’n fiets verdwenen is op de ochtend dat jullie daar bezig waren.”
“Oh. Wanneer was dat?… Waar woont u?… Hoe zag uw fiets er uit?… Ik zie hier foto van een roestige fiets met handremmen met stangen.”
“Ja dat is hm!”
“Nou dat is een wrak hoor.”
“Dat is helemaal geen wrak, hij rijdt hartstikke soepel en is alleen wat roestig omdat ‘ie altijd in de regen staat. Een glimmende nieuwe nieuwe fiets wordt maar gejat.”
“Nou vooruit dan maar. Dan is er misschien toch een verkeerde inschatting gemaakt.”
“Kan ik m’n fiets dan terugkrijgen?”
“Nee, die is vernietigd, meneer.”
“Oh, lekker dan, en nu?”
“U wordt binnenkort teruggebeld met een aanbod voor compensatie.”
Een week later biedt iemand me €100. Meer is de fiets inderdaad  niet waard, maar ik baal vooral van het gedoe dat het me oplevert. De €100 komt vervolgens niet. Pas na een half jaar en tien keer terugbellen krijg ik eindelijk m’n geld.

Fiets fout is fiets weg

Omdat ik meestal van twee fietsen van het grofvuil zelf een fiets inelkaarzet met een degelijk nieuw slot er op, is dat niet een gewild object om te stelen. Toch ben ik al heel wat fietsen kwijtgeraakt, vermoedelijk allemaal door de gemeente meegenomen. Ik snap dat de gemeente wrakken en foutgestalde fietsen weg moet halen. Ik snap ook dat het soms lastig is om in te schatten of een fiets een wrak is of alleen wat roestig en of een fiets echt fout geparkeerd is of alleen met de fiets ernaast uit het rek getrokken en omgevallen. Wat ik storend vind is dat het voor de gemeente handiger is om te veel fietsen weg te halen. De meeste mensen klagen toch niet. De kosten voor compensatie zijn daardoor zo laag dat het niet nodig is om het zorgvuldig te doen, maar ik zit dus nu weer zonder fiets.

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre