Progressief het oude behouden

Ik schreef hier eerder dat als een kleine zelfstandige winkel het moeilijker krijgt bij verruimde openingstijden is er iets mis met het die winkel. Het laatste GroenLinks-magazine citeert me met: “Blijkbaar trekt die winkel alleen klanten door de locatie, maar biedt deze verder onvoldoende meerwaarde”. Ik ontken dus niet dat de verruiming van openingstijden slecht kan zijn voor de gewenste kleinschalige lokale voorzieningen. Ik betwijfel alleen of dit een slechte ontwikkeling is, want het treft alleen de winkels die geen meerwaarde bieden. Helaas heeft nog niemand op dit specifieke punt gereageerd.

Station 's-Hertogenbosch

Sommige veranderingen moet je bovendien niet proberen tegen te houden. Dat lukt toch niet. Zoek liever naar een manier om het zo te sturen dat de verandering zo veel mogelijk een verbetering is. Daarom ben ik ook GroenLinkser: niet alleen vanwege het groen, maar vooral omdat GroenLinks progressief is. Dat betekent voor mij niet dat alle oude dingen overboord moeten. Het mooist is het als je iets ouds met minimale aanpassingen aan de huidige behoefte weet aan te passen. Zoals de stations in ‘s-Hertogenbosch en Amersfoort waar men een nieuwe loopbrug heeft gebouwd met behoud van de oude perronoverkappingen.

Abtswoudse bos

Helaas zie je dat vaak anders. Niet alleen in de stad, zoals de stations van Leiden en Utrecht, maar ook in het buitengebied. Nu landbouw alleen nog rendabel is als het zeer grootschalig kan en recreatie steeds belangrijker wordt, plant men in de Randstad op veel plaatsen bos aan. Dat is geen bos zoals dat hier voor de ontginning van Nederland stond, maar rechte vakken met brede grasstroken langs de sloten om deze uit te kunnen baggeren, want anders zou er wel eens een natuurlijk moerasbos kunnen ontstaan. Het cultuurlandschap is verdwenen en er is ook geen echte natuur voor terug gekomen. Een slechte zaak.

Cronesteyn

Dat vind ik mooi aan park Cronesteyn, dat is deels gewoon polderlandschap, zoals het honderd jaar geleden ook was, maar dan met paden er door voor de recreatie. Dat moeten we op meer plaatsen doen (de Oostvlietpolder bijvoorbeeld?). Op de internetpagina Wat was waar kan je op oude kaarten zien hoe het originele cultuurlandschap was, als we dat reconstrueren en met wandel- en fietspaden ontsluiten krijgen we een uniek groen cultuurlandschap voor recreatie dat geschikt is voor kleinschalige eco-landbouw.

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre

Het Singelstrand

singelstrand def

collage: Walter van Peijpe

Zoals u weet was ik voor het behoud van de Van der Klaauwtoren aan de Kaiserstraat. Het was immers een monumentale toren en er was een prima plan voor hergebruik. Maar goed, de toren en het ‘Blauwe Gebouw’ zijn gesloopt. Het terrein langs de Witte Singel is nu een door hekken omheinde, troosteloze vlakte. Dat zal voorlopig wel zo blijven. De Universiteit, eigenaar van de grond, heeft wel een plan voor een nieuwe woontoren en een aantal luxe cottagewoningen, maar er is nog geen ontwikkelaar. En dus is er ruimte voor tijdelijk gebruik!

Als ik de Universiteit was, zou ik het wel weten: het Singelstrand. Veel hoeft het niet te kosten, zand erover en klaar! Studenten[verenigingen] kunnen het strand inrichten en te beheren. Het Singelstrand wordt dé plek om tentamens te leren en om te relaxen tussen de colleges door. Tijdens de El Cid-week zal het strand afgeladen zijn!

Maar het Singelstrand is er natuurlijk voor alle Leidenaren en bezoekers van de stad. Je kan er strandstoelen huren, een ijsje kopen, vliegeren, strandvolleyballen, in de singel zwemmen en nog veel meer. Natuurlijk, het strand van Katwijk is vlakbij, maar een stadsstrand is toch anders. Hier ga je even snel lopend of op de fiets naar toe en je bent zo weer thuis. Het Singelstrand zou een aanwinst zijn voor Leiden. Nu maar hopen dat de Universiteit er ook zo over denkt!

Bijdrage van Walter van Peijpe

De romantiek en spanning van reizen met de trein

TrainsHet stationsgebied van Leiden is volop in beweging. Het gebied moet gaan uitgroeien tot een levendige buurt met een rijk aanbod aan functies, zoals kantoren, woningen en winkels. De gemeente hoopt dat het stationsgebied in 2032 het visitekaartje van de stad zal zijn, en er ongeveer zo uit zal komen te zien. Indrukwekkend plannen, maar toch mis ik iets: de romantiek en spanning van het reizen met de trein.

Ja, het is tegenwoordig vaak vol in de trein, en er is dikwijls vertraging, maar in de trein maak je ook wat mee. Zo ontmoet ik met enige regelmatig nieuwe mensen in de trein, kom ik er interessante dingen te weten door pratende mede-passagiers, kan ik er fantaseren over de eindbestemming van andere reizigers, en genieten van zelf-meegebrachte koffie, thee of wijn, terwijl de landschappen buiten aan me voorbij trekken. Ik heb zelfs wel eens een beetje stiekem zitten voetje vrijen met een niet onaantrekkelijke jonge man die tegenover mij zat…

Reizen met de trein blijft altijd een beetje romantisch en spannend. Morgen ga ik voor werk een dagje op en neer naar Maastricht. 3 uur heen en 3 uur terug. Ik kijk er nu al naar uit! Misschien dat ik nog taferelen tegen kom zoals in deze fotoserie van Boston.com. Voor velen is reizen met de trein misschien saai en monotoon, maar ik sluit niets meer uit. Je hoeft alleen maar je ogen en oren open te doen, de rest komt vanzelf.

Ik hoop dat dit ook zal gelden voor het stationsgebied in Leiden. Dat het een interessante buurt wordt, die ook wat van de romantiek en spanning van het reizen met de trein ademt. Zo ja, dan wordt het vast een prachtige omgeving, waar nieuwe deals, liefdes, contracten en vriendschappen kunnen ontstaan.

Bijdrage van Simone Pekelsma (@simonepekelsma)

Wat Leiden mist is een Torre David

Natuurlijk ben ik blij dat er in Leiden geen sloppenwijken zijn, maar stiekem ben ik toch jaloers op Caracas. Wat Leiden mist is een Torre David!

Meer weten over de Torre David:

http://popupcity.net/2012/11/torre-david-informal-vertical-communities/

http://www.iwan.com/photo_Venice_Biennale_2012_UTT-Iwan_Baan_Torre_David.php?plaat=08Biennale-2012-UTT-IB-UTT-IB-5701.jpg

Een verlaten koffer

Dit jaar heb ik niet meegedaan aan de herdenking en viering van 4 en 5 mei. Ik ben namelijk op vakantie in Sardinië en ik ben het geheel vergeten. Zo gek is dat niet, in Sardinië was de tweede wereldoorlog eind 1943 al voorbij. Veel Nederlanders zien de invasie in Normandië als het begin van de bevrijding van Europa, maar in het oosten en het zuiden was de bevrijding toen al een jaar in volle gang.

Tanks in de Breestraat

Als het zo uit komt doe ik graag mee met de collectieve herdenking en viering van de onderdrukking en de bevrijding, maar als even niet zo uit komt sla ik het gewoon over. Ik sta er namelijk vaak genoeg bij stil. Die momenten waarop ik (vaak onverwacht) aan de tweede wereldoorlog herinnerd wordt, zijn vaak zelfs veel indringender dan het geplande collectieve herdenken. Een oude foto van militairen in je eigen stad, zo recent dat sommige van de personen op de foto nog in leven zouden kunnen zijn: Dat brengt het veel dichterbij. Natuurlijk is het belangrijk om het grote verhaal keer op keer te vertellen: 60 miljoen doden waarvan meer dan de helft burgers. Dat zijn schokkende aantallen, maar ook zo abstract dat je het nauwelijks kan bevatten.

Stenen koffer

In de Leidse binnenstad staat een tweedewereldoorlogsmonument van op verspreide locaties geplaatste stenen koffers. Een koffer op straat waarvan je denkt: “Waar is de eigenaar gebleven?”, is veel minder abstract. Ik zie die eigenaar bijna voor me staan, daar bij mij in de straat met een haastig gepakte koffer, klaar om onvrijwillig opweg te gaan naar onbestemde bestemming, waar de bagage vervolgens van geen enkel nut bleek te zijn. Dat vind ik een veel belangrijker manier van herdenken en dat kan het hele jaar door.

Maandagbijdrage van Jochem Lesparre