Categorie archief: Leiden

wc eend

Morgen is de uitreiking van de Leidse Architectuurprijs. Voor veel Leidenaren is het een ver van hun bed show. Architectuur. Let maar op hoe mensen het woord uitspreken. Ar-sjie-tek-tuur. Klinkt ook niet best toch.

Toch gaat architectuur iedereen aan. De invloed ervan is in elk geval merkbaar in ieders leven. Mooi voorbeeld  is altijd  ‘onder architectuur gebouwd’. Schitterende makelaarsterm. Als ik zou moeten gokken is namelijk minstens 80% van Nederland gemaakt met behulp van architecten. Dus ook uw huis.

Architectuur is de kunst van het bouwen. De onlosmakelijke verbinding tussen schoonheid, degelijkheid en functionaliteit. En dan gaat het dus niet om mooi of lelijk alleen. Want als het in elkaar stort of niet werkt zoals zou moeten heb je er als gebruiker niks aan en dan helpt die schitterende gevel helemaal niks. Goede architectuur is dus een weg vinden om schoonheid, degelijkheid en functionaliteit op een goede manier in elkaar te weven . Dat betekent dat de architect  moet zorgen dat het gebouw de tand des tijds doorstaat, hij zich een weg baant door stapels regels en wetten, binnen budget blijft , zorgen dat de aannemer de kwaliteit levert die afgesproken is en zo kan ik nog wel even doorgaan. Als dat allemaal goed bij elkaar komt, is het goed ontworpen.

Ik geloof echt dat wonen of werken in een goed ontworpen gebouw of straat mensen gelukkiger maakt. En dat ook slecht ontworpen gebouwen gebruikers ongelukkiger maakt.  En dan heb ik het nog niet eens over de mensen bij wie het slecht ontworpen gebouw in de straat staat. Toch lijkt architectuur een elite-discussie, terwijl de stad van ons allemaal is toch? In die zin is het in ons aller belang dat de stad vol komt met met zorg ontworpen en met liefde gemaakte gebouwen. En daar gaat naar mijn idee deze prijs over.

Ik ben architect. Hopelijk kijkt u als lezer door de ‘wij van wc-eend adviseren wc-eend’ heen en zie ik u morgen. 17u bij het RAP architectuurcentrum tegenover de ingang van de Hooglandse kerk. Ben benieuwd wat u nou eigenlijk echt vindt van deze 12 nieuwe projecten, 12 aanwinsten voor de stad.

http://www.rapsite.nl/artikel.php?artikel_id=290

dvda_logo

Patrick Colly, architect en jurylid Leidse Architectuurprijs 2013

Singelpark parel van Leidse geschiedenis én toekomst

SingelparkHet spant erom als het gaat om de ambitieuze plannen voor het Singelpark. In haar Perspectiefnota 2013-2016 schrijft de gemeente dat er wél voldoende financïele middelen zijn om het park aan te leggen, maar dat er op dit moment niet voldoende geld beschikbaar is om het beheer van het park te dekken. De gemeente wil daarom minstens een jaar wachten met de aanleg. De Vrienden van het Singelpark – Leidse burgers die het park een warm hart toedragen – zijn teleurgesteld.

“Er is op dit moment veel enthousiasme en energie in de stad om het Singelpark tot een succes te maken,” schrijven de Vrienden in een brief aan de gemeente. Deze energie zou direct omgezet moeten worden in positieve actie, in plaats van nog een jaar te wachten, is de overduidelijke boodschap.

Ook Leids historicus Cor Smit is het daar mee eens. Dinsdagavond gaf hij bij de Leiderdorpse Kunstkring een lezing over de geschiedenis van de Leidse Singels, en de plannen voor het Singelpark. Als lid van StadsLab is hij al een aantal jaar actief betrokken bij het Singelpark. Hij weet daarbij als geen ander het verleden en de toekomst van de Singels te verbinden. Na zijn presentatie was het wel duidelijk. Als het aan de aanwezige dames en heren lag, was het park gisteren al gebouwd!

De bewogen geschiedenis van de Singels
De Singels werden uiteraard aangelegd ter verdediging van de stad. Er gebeurde echter veel meer rondom en langs de Singels. Nadat de Spanjaarden verdreven waren dienden zich namelijk nog maar weinig vijanden aan. Al vanaf de middeleeuwen werden delen van de Singels gebruikt door veehouderijen, molens en zelfs voor de lakenproductie. De Singels kregen ook al vroeg een recreatieve functie. Vanaf 1592 werden er door de gemeente bomen geplant om de Singels te versieren. Er waren groente- en bloemenkwekerijen, die het gebied een prachtige plek maakten om te wandelen.

Vanaf de 19e eeuw vonden er echter veel veranderingen plaats langs de Singels. Napoleon wilde van Leiden een garnizoensstad maken, en liet kazernes en een arsenaal bouwen. Ook verplaatste hij begraafplaatsen van kerken in de binnenstad naar de stadsrand. Zo ontstonden er 5 begraafplaatsen langs de Singels, waarvan de Groenesteeg en de Katholieke begraafplaats nog steeds in tact zijn. Er kwam in die tijd ook meer aandacht voor tuinen en plantsoenen.
Zo werd in 1836 het Plantsoen geopend, en halverwege de eeuw de Hortus Botanicus. Wellicht kwam de behoefte aan groen door het feit dat er ook steeds meer grijs langs de Singels was verrezen, zoals de gas- en lichtfabriek, het slachthuis en de grofsmederij.

De Singels in onze moderne tijd
Vanaf de jaren 30 van vorige eeeuw veranderden de Singels pas echt dramatisch. Voorheen had men nog kunnen wandelen langs de buitenkant van de Singels. In de jaren 30 werden de Singels echter getransformeerd van wandelpad tot geasfalteerde rondweg. De auto werd steeds belangrijker, en dat werd ook duidelijk zichtbaar in de oude structuren van de stad. Halverwege de 20e eeuw kwamen er grootste plannen op tafel voor meer autowegen en flats in de binnenstad, waarbij de Singels onderbroken zouden worden. Wegens geldgebrek zijn die plannen echter (gelukkig) nooit gerealiseerd. Waren de plannen in die tijd wél uitgevoerd, dan hadden de Leidse Singels er vandaag de dag totaal anders uitgezien, en was het heel moeilijk geweest om nog een ononderbroken stadspark van ruim 6 kilometer te ontwikkelen.

Het Singelpark
Het idee voor een Singelpark is in de geschiedenis van Leiden meerdere keren voorbij gekomen. Het laatste initiatief kwam van StadsLab, de Leidse denktank die ook nadenkt over de transformatie van andere gebieden zoals de Lammermarkt, de Gas- en Lichtfabriek en de Breestraat. Samen met de gemeente en de Leidse bevolking ontwikkelden ze een vernieuwend plan met een hoog ambitieniveau. Het Singelpark moest niet alleen een groen gebied worden, maar ook een spannende plek waar allerlei activiteiten georganiseerd worden. De link tussen het heden en het verleden moest sterk blijven, en gebouwen zoals de Meelfabriek moeten geïntegreerd worden in het park. De Rotterdamse Landschapsarchitecten van LOLA en hun Zwitserse collega’s van Studio KARST werken momenteel samen aan een definitief ontwerp voor het Singelpark. Hun ontwerpen werden door Leidenaren als meest aantrekkelijk en aansprekend aangewezen.

Hoe nu verder?
Het laatste woord over het Singelpark is nog niet gesproken. Het park zal de komende tijd ongetwijfeld veel in de belangstelling staan. De Vrienden van het Singelpark hebben veel steunbetuigingen gehad, nadat het nieuws van de mogelijke vertraging openbaar gemaakt werd. Ondertussen blijft de organisatie in gesprek met de gemeente, en wordt er samen gezocht naar oplossingen.

Mensen die graag willen meedenken, meedoen of meebetalen met/aan het Singelpark kunnen zich vanaf vandaag melden bij de nieuwe website van Vrienden van het Singelpark: www.singelpark.nl 

De Perspectiefnota wordt komende weken besproken in de Leidse gemeenteraad en in de Raadscommissies. Op de website van de gemeente Leiden staat een overzicht van alle vergaderdata.

Bijdrage van Simone Pekelsma (@simonepekelsma)

Niet maaien maar grazen!

Op de voorpagina van de Volkskrant van 5 juni j.l. stond een prachtige foto van een kudde grazende schapen op het Marconiplein in Rotterdam. Vanaf eind mei worden groenstroken in de wijk Spangen begraasd door 248 schapen. Rotterdam is niet de enige stad in Nederland waar, in plaats van grasmaaimachines, schaapskuddes worden ingezet voor groenbeheer. Ook in Groningen, Maastricht, Amersfoort grazen stadsschapen. Ik heb gevraagd aan het college van B&W of we in Leiden ook een schaapskudde kunnen krijgen.

Stadsschapen in Spangen

Stadsschapen in Spangen

Een schaapskudde heeft grote voordelen boven machinaal maaien. Schapen maken niet zoveel lawaai, gebruiken geen fossiele brandstoffen, grazen keurig om bomen heen en eten snelgroeiende grassen en veelvoorkomend onkruid weg, waardoor waardevolle plantensoorten weer kunnen groeien. Zo ontstaat een gevarieerde vegetatie, wat weer goed is voor bijen, vlinders en stadsvogelsoorten. Kortom, schapen zijn een aanwinst voor de stadsnatuur. 

Nu al lopen er soms schapen in Polderpark Cronesteyn. Ik heb ze ook wel eens gezien in de berm van de Dr Lelylaan. Maar er is veel meer te grazen in Leiden. Niet alleen in de bermen van de stad, maar ook in de stadsparken en in de wijken zoals Zuidwest, de Mors en de Merenwijk. Ik reed vandaag in mijn taxi door de stad en zag genoeg pas gemaaide plekken waar ook gegraasd had kunnen worden

foto:Leidsch Dagblad

foto:Leidsch Dagblad

Ecologisch groenbeheer is niet het enige voordeel van stadsschapen. Een schaapskudde in de stad is natuurlijk ook heel aantrekkelijk  om te zien. Kinderen kunnen bij de herder langs komen, die hen alles kan vertellen over zijn dieren en de stadsnatuur. En van een grazende kudde langs de Zoeterwoudse Singel wordt toch iedereen vrolijk? Lang genoeg heeft de stad bezit genomen van de natuur en zijn hele polders volgebouwd met Vinexwijken. Nu deze stadsuitbreiding ten einde is en de aandacht gelukkig meer uitgaat naar stedelijke verdichting is het niet alleen mooi maar zelfs noodzakelijk dat de natuur de stad in komt.

Het zou kunnen dat een schaapskudde misschien iets duurder is  dan machinaal maaien. Maar als je niet alleen kijkt naar wat iets kost maar ook naar wat iets opbrengt dan denk ik dat het schaap het wint van de grasmaaier. Stadsnatuur is heel veel waard en een glimlach is onbetaalbaar 🙂

Schapen in Spangen op weg naar een plek om te grazen
[foto: 010web Rotterdam vroeger en nu]

Hier de schriftelijke vragen aan het college.
Hier een interview met mij over stadsschapen op SleutelstadFM
Bijdrage door Walter van Peijpe

Complementariteit toverformule voor Leids woongenot

Leiden is een bijzondere stad. Dat vinden wij als Leidenaren natuurlijk allemaal. Onze stad ligt echter ook in een bijzondere en veelzijdige regio. Leiden ligt midden in de Randstad, en vormt daarmee de toegangspoort tot alles wat deze metropoolregio te bieden heeft. Wat betekent dat eigenlijk voor de stad?

Wat mij betreft betekent de positie van Leiden, midden in de Randstad, een heleboel. Als Leiden op een andere plek had gelegen was ik wellicht heel ergens anders gaan wonen. Het is de combinatie van de fijne Leidse woonomgeving met de nabijheid tot andere leuke steden en plekken die het voor mij zo aantrekkelijk maakt om hier te wonen.

Leiden in de Deltametropool
Overigens geloof ik niet dat ik de enige ben voor wie dit zo is. Morgen mag ik een presentatie geven bij een bijeenkomst van het Rijnlands Architectuur Platform (RAP) over de Leidse woningmarkt in de Deltametropool. Omdat het een besloten bijeenkomst is wil ik hier op Leidse Ruimte alvast een tipje van de sluier oplichten, en een klein deel van mijn presentatie met jullie delen. Mijn hoofdboodschap eigenlijk.

Om mijn boodschap te onderstrepen heb ik een aantal Leidenaren een kaartje laten tekenen van hun perceptie van de Leidse regio.

Reginald's Leiden

Complementariteit als toverformule
In bovenstaande tekening is de eerdergenoemde combinatie van Leiden mét de omgeving ook duidelijk zichtbaar. Leiden is voor de tekenaar aantrekkelijk vanwege de nabijheid van Schiphol, Den Haag, Amsterdam en Utrecht, en omdat je makkelijk naar het strand of de polder kunt fietsen. Al deze plekken zorgen samen voor de woon- en leefbeleving van Leiden als stad. Op zichzelf zijn ze ook aantrekkelijk, maar niet per definitie doorslaggevend. In combinatie daarentegen vormen ze een toverformule voor woongenot.

De vraag is natuurlijk of het besef van deze complementariteit in onze regio ook leeft bij beleidsmakers, lokale politici en professionals. Gemeenten – ook Leiden – hebben nog altijd de neiging om binnen hun gemeentegrenzen te denken en te plannen. Dit terwijl de dagelijkse ervaring van veel mensen deze grenzen ongetwijfeld zal overstijgen…

Bijdrage van Simone Pekelsma (@simonepekelsma)

fietsparkeren

Eerder schreef ik al een stuk over het teruglopend autobezit in steden waarbij de bevolking groeit. Verdichten leek te leiden tot minder autobezit. Maar wat gaan we doen met het groeiend fietsbezit bij verdichten? Hier twee voorbeelden in de binnenstad waarbij de fiets geen plaats heeft gekregen van de heren en dames ontwerper van de afdeling openbare ruimte.

Gevolg is dat of de stoep niet meer bewandelbaar is of de gevel vol staat met fietsen. Je kunt de gebruiker lui noemen, maar een alternatief is er vaak echt niet. Nu valt het op het Rapenburg nog wel mee met de drukte van het autoverkeer en is de straat een goed alternatief. Maar hoe anders is dat op het Noordeinde. Hier en daar leveren de fietsen (en op bepaalde dagen ook nog het vuilnis) gevaarlijke situaties op. Daarnaast is het bepaald niet gastvrij. Het noordeinde is de doorsteek van onze (nu nog) belangrijkste parkeerplaats van de stad aan de haagweg naar de binnenstad. Ze is soms niet meer dan een meter breed, net plek genoeg voor twee fietsen aan een lantarenpaal waarbij de rolstoeler / buggybestuurder haar tocht naar de binnenstad (want geen plek in de busjes) met een ware doodsverachting (want van de sokken gereden door dezelfde busjes) dient te voltooien.

Bij een stad als Leiden met de pretentie hoogwaardige openbare ruimte te hebben, hoort een goede fietsoplossing in het straatbeeld. Ik heb er naar gezocht, maar beleid bestaat niet. Ja, meer fietsstallingen voor winkelend publiek en fietsfout-beleid. Maar een gedegen visie op dit probleem voor bewoners heb ik niet kunnen vinden. Wachten op de gemeenteraadsverkiezingen, of nu vast een plan verzinnen?

Patrick Colly

20130527-141529.jpg

20130527-141543.jpg